De betekenis van popmuziek voor geloven vandaag

xxl2

Popmuziek is niet meer weg te denken uit de menselijke leefwereld en dus ook de leefwereld van gelovigen uit alle tradities. Het is allang voorbij de protestfase en heeft z’n plaats gevonden in de samenleving. In onderstaande artikel doen Kees van den Berg, (predikant Pauluskerk, Gouda) en Bas van der Graaf (predikant Jeruzalemkerk, Amsterdam-West) een verkenning van de wijze waarop popmuziek betekenis heeft in het geloven van vandaag. 
(Gepubliceerd en met toestemming overgenomen uit Theologia Reformata 58-4 (2015), www.theologiareformata.nl )

 

 

Sinds de jaren ‘60 en ‘70 heeft een aanzienlijke verandering plaatsgevonden binnen de muzikale taal en van de geloofsbeleving van mensen. Een noviteit was pop(ular) music, waarvan de opmars na de Tweede Wereldoorlog niet meer was te stuiten. Vandaag de dag is in Nederland een bestaan zonder muziek vrijwel ondenkbaar. Het roept de vraag op wat de concrete betekenis van popmuziek zou kunnen zijn voor geloofsbeleving en geloofspraktijk?

In deze bijdrage vindt een analyse van de betekenis van popmuziek voor christenen vanuit een participerende observatie plaats op een meer fenomenologische wijze: vanuit concrete liedjes, artiesten en stromingen worden lijnen getrokken met het oog op de religieuze dimensie van veel popmuziek. Hiervoor is gekozen omdat het onmogelijk is om in kort bestek zo’n groot onderwerp te behandelen. Persoonlijke herinneringen tonen aan hoezeer de betekenis van popmuziek in een aantal decennia is verschoven; wat ooit begon als de rebelse uiting van de jongerencultuur is inmiddels uitgegroeid tot een van de samenbindende factoren van onze cultuur en een factor van betekenis, ook voor gelovigen en geloven vandaag. In wat volgt proberen we daar iets van te duiden.

Dat popmuziek een samenbindende factor is geworden is goed te zien bij de Top 100 en de Top 2000. Hier volgen twee herinneringen, een uit 1977 en een uit 2014.

Het was 1977. Ik [BvdG] meen Hemelvaartsdag. Radio Veronica zond de Top 100 Aller Tijden uit. Ik had erover gehoord van een niet christelijke klasgenoot (ik was 14) en was ’s middags naar mijn kamer geslopen om daar stiekem, op mijn krakende transistorradiootje, naar de laatste 10 nummers te luisteren. Child in Time van Deep Purple stond dat jaar op 1, Nights in White Satin van de Moody Blues op 2 en Bohemian Rhapsody van Queen op 3. Er ging een wereld voor me open. Mijn ouders wisten van niets en dat was ook precies de bedoeling. In hun oren was popmuziek iets tussen werelds en des duivels in. Dat je er op een christelijk feestdag naar zou luisteren was helemaal uitgesloten.

In december 2014, tussen kerst en nieuwjaar, zond de NPO voor de vijftiende keer de Top 2000 uit. Gedurende die dagen vormde de uitgezonden muziek bij veel van mijn [BvdG] activiteiten de soundtrack, zelfs bij het voorbereiden van de oudjaarsdienst. Op het Whatsapp-groepje van ons gezin vlogen de berichtjes heen en weer om elkaar te attenderen op dat nummer van papa of de favoriete band van een van de dochters.

Wat opvalt is dat inmiddels een toelichting meestal niet nodig was, immers de liedjes maken deel uit van ons collectieve geheugen. En niet alleen het onze, blijkbaar van heel veel Nederlanders. Ieder uitgezonden liedje in de Top 2000 wordt inmiddels vergezeld door herinneringen van luisteraars van alle leeftijden en van allerlei achtergrond. Bij de uitzendingen rond de inzamelingsactie Glazen Huis van 3Fm Serious Request kan dezelfde trend worden gesignaleerd.

In deze bijdrage is popmuziek het referentiepunt. Eerst wordt onderzocht waarover het precies gaat bij popmuziek, vervolgens vinden theologische reflecties plaats en tenslotte wordt aangegeven op welke wijze popmuziek aansluit bij belangrijke facetten uit het leven van christenen.

 

  1. Kenmerken van popmuziek in de huidige cultuur

Wat zijn belangrijke aspecten van popmuziek en waarover gaat het precies? In de inleiding werd gerefereerd aan de berichtjes van luisteraars naar de Top 2000. Die berichtjes onthullen op fascinerende wijze de betekenis van popliedjes in mensenlevens. Arno van der Hoeven refereert hieraan in zijn dissertatie over popmuziek:

Het gevoel dat muziek oproept is sterk verbonden aan plaats en tijd. Aan de hand van muziek kun je terugkijken op je eigen leven of jeugd maar ook collectief terugblikken. Muziek is daarmee persoonlijk én sociaal. De muziek in de Top 2000 roept emoties op die je kunt koppelen aan je eigen leven, aan ervaringen en gevoelens die bij een bepaalde periode passen. Nostalgie en fijne herinneringen voeren hierbij de boventoon. Daarnaast wordt er van alles bij de muziek gehaald, zoals mode en gedragsuitingen uit de bijbehorende periode. Ook dat fascineert mensen.[1]

Evenals bij The Passion fungeert het gebeuren als klankkast voor de eigen levenservaring en dat is grotendeels te danken aan de herkenbare en samenbindende liedjes. Voor velen is popmuziek de ‘soundtrack van het leven’ geworden, op een manier die vergelijkbaar is met de betekenis van berijmde psalmen voor de generatie van onze grootouders.

Popmuziek heeft een ontwikkeling doorgemaakt. Popmuziek is serious business, in commerciële maar zeker ook in culturele zin, in de positieve en niet alleen in de negatieve zin. Zo luisterden op koningsdag 2015 de koning en de koningin eerst naar muziek van Bach in de Grote Kerk en daarna naar Sexy als ik dans van Nielson op de Grote Markt. Met name koningin Máxima verbond beide muziekwerelden op het oog moeiteloos met elkaar en daarin vertegenwoordigde ze waarschijnlijk een groot deel van haar onderdanen. Het is hier weinig zinvol om een al te groot verschil te maken tussen hoge en lage cultuur waar het gaat om de betekenis van de muziek voor verschillende mensen. Uiteraard is hierover vanuit theologisch oogpunt niet het laatste woord gezegd.

Dat popmuziek er cultureel toe doet, blijkt ook uit de serieuze recensies die er aan gewijd worden in bijvoorbeeld kwaliteitskranten. In ‘Trouw’ worden klassieke cd’s besproken op dezelfde pagina als popalbums en hetzelfde gebeurt met concerten. In de recensies wordt serieus gekeken naar de muzikale en tekstuele aspecten van de muziek, waarbij duidelijk wordt dat popmuziek inmiddels een rijke traditie kent. Ron Becker kwam in zijn onderzoek naar een aantal popsongteksten en de houding van de kerk tot een opmerkelijke conclusie:

De esthetische en morele afwijzing van popmuziek door de kerk staat in schril contrast met de religieuze interesse die in de popmuziek van de jaren negentig aanwezig is.[2]

Het is van belang dat theologen popmuziek bestuderen en op de juiste waarde leren te schatten als zij willen begrijpen hoe moderne mensen denken, voelen, leven aangezien popmuziek een bron van schoonheid, zingeving en verbinding is. De waarde van popmuziek moet ook weer niet worden overschat. Dat er ook donkere kanten aan de popmuziek zitten, ontkennen wij uiteraard niet, maar daar is door anderen genoeg over geschreven.[3] Wij richten ons op de positieve betekenis van de muziek voor geloven vandaag en realiseren ons dat het gevaar bestaat dat we popmuziek kunnen instrumentaliseren voor bepaalde godsdienstige doelen. Popmuziek, of men wil of niet, is gehoorbepalend in onze cultuur geworden. Popmuziek is overal, tot in de supermarkt aan toe en ongemerkt heeft deze alomtegenwoordige muziek invloed op onze muzikale smaak.

Een belangrijke verschuiving is die van noten naar beats. Verreweg de meeste popliedjes worden geschreven op beats en niet in het veel strakkere patroon van aan noten verbonden woorden. Of het nu in driekwartsmaat of in vierkwartsmaat geschreven is, als de ankerpunten van de melodie worden gevormd door de beat blijft er heel veel ruimte voor vrijheid in de melodie en de tekst. Een goed voorbeeld is het liedje Like a Rolling Stone van Bob Dylan. De puls van het liedje is strak en consequent, maar de tekst en de melodieloop zijn zo vrij als het kan. Tussen de beats verschilt het aantal woorden voortdurend en is geen loopje hetzelfde, hetgeen het liedje een groot gevoel van vrijheid geeft.

In, zeg, die supermarkten worden liedjes aangetroffen met heel verschillende stijlen. Binnen de popmuziek vonden verschuivingen plaats in muziekstijlen. Computerwetenschapper Matthias Mauch van de Londense Queen Mary-universiteit onderzocht met drie collega’s 17.000 nummers uit de Amerikaanse Billboard Top 100, tussen 1960 en 2010.[4] Ze ontdekten op basis van muzikale kenmerken drie muziekrevoluties. The eerste vond plaats in de jaren ’60 toen er een ‘British invasion’ plaatsvond in de Amerikaanse muziekwereld met de Beatles en de Rolling Stones als bekendste representanten. De klankverandering was groot: minder soul- en jazzachtig, meer gitaarrock. Rond 1983 volgde een tweede revolutie, die van disco en hardrock. Maar de belangrijkste revolutie vond plaats rond 1991, toen hiphop doorbrak. Dit was een revolutie op het gebied van taal en muziekstijl, maar ook op sociaal gebied. De straat kwam met volle kracht de cultuur binnen.

Een interessant verschijnsel is het fenomeen cross-over en blending. Hiermee wordt aangegeven dat popmuziek geen geïsoleerde subcultuur is, maar zich volop verbindt met andere genres en stijlen.

Het was nota bene mijn moeder die mij [BvdG] in 1982 kennis liet maken met dit fenomeen. In de Amsterdamse Bijenkorf had ze het Hallelujah van Händel gehoord op een manier die haar zo aansprak dat ze de lp gekocht had. Het was The Young Messiah, het muzikale project van Tom Parker en onder andere Vicky Brown, waarmee dit klassieke stuk voor ‘poporen’ ontsloten werd. Voor mij was deze aankoop van mijn moeder de ingang tot de klassieke muziek, zo bleek later, maar eerst en vooral genoot ik van dit stuk klassieke popmuziek (Onlangs, in de rouwdienst van de echtgenote van een collega, klonk dit nummer bij het uitdragen van de kist).

Inmiddels is blending en crossing over niet meer weg te denken uit de muziekwereld. In het Amsterdamse concertgebouw treden ook op popartiesten op, steeds vaker onder begeleiding van klassieke musici. Anderzijds zoeken popmuzikanten naar nieuwe inspiratie in alle mogelijke genres en culturen. Paul Simon was een van de voorlopers van de wereld muziek, toen hij op zijn lp Graceland ging samenwerken met Afrikaanse artiesten. Sting was de drijvende kracht achter de Engelse new-wave-band The Police, maar nam later gezongen gedichten van John Dowland op, onder begeleiding van luit. De sound van rockbands als Deep Purple en Lynyrd Skynyrd werd in hoge mate gekleurd door de bandleden met een stevige klassieke conservatoriumachtergrond. In onze tijd dragen programma’s als DWDD krachtig bij tot al deze ontwikkelingen, door een keur aan genres naast en vaak ook met elkaar op het podium te zetten en beïnvloeden zo weer de smaak- en gehoorvorming van velen.

 

  1. Theologische reflecties bij hedendaagse popmuziek

Welke theologische reflecties zijn hierbij te maken? Allereerst de constatering dat muziek een scheppingsgave is. Tijdens een algemene audiëntie op 31 augustus 2011 sprak de toenmalige paus Benedictus XVI over de kunst als ‘weg tot God, die deel uitmaakt van de via pulchritudinis, de weg van de schoonheid.’ Benedictus zei toen:

Een kunstwerk is vrucht van de creatieve capaciteit van de mens, die zich inspant om de diepere zin van de zichtbare werkelijkheid te ontdekken en die dan weer mee te delen via de taal van vorm, kleur, klank. Kunst kan tastbaar uitdrukking te geven aan de behoefte van de mens het zichtbare te overstijgen. Kunst is als een deur die openstaat naar het oneindige, naar een schoonheid en een waarheid die boven het alledaagse uitgaan.

Nu valt het te zeer te betwijfelen of deze paus daarbij ook aan de popmuziek als kunstuiting dacht. Als kardinaal Ratzinger was zijn mening hieromtrent ooit duidelijk:

Popmuziek is onverenigbaar met kerkmuziek, omdat kerkmuziek, zoals alle liturgie, een zaak is van de Geest. Popmuziek daarentegen is lijfelijk en extatisch en verraadt zich daarmee als zijnde niet uit de Geest. De roes, waarmee popmuziek verbonden is, duidt bovendien op een element van zelfverlossing, dat in regelrechte tegenspraak is met het evangelie en derhalve af te wijzen.

Deze visie op popmuziek lijkt meer getuigen van een platonische dan van een christelijke visie op de menselijke creativiteit en uitingen. Iemand als Luther schatte muziek zeer hoog in en noemde haar een heerlijke gave van God, bijna even groot als de theologie. Ook blijkt Calvijns theologie daadwerkelijk in te gaan op de uitdagingen van de cultuur van zijn tijd.[5] Wij op onze beurt hoeven niet te stoppen bij klassieke muziek of kerkelijke muziek, ook moderne muziek mag gewaardeerd worden, want ook daarin zijn sporen van Gods Geest en van zijn algemene genade te vinden.

Is schoonheid altijd harmonisch? De moderne beeldende kunst laat zien dat schoonheid ook rauw en heftig kan zijn. Geldt dat ook niet voor popmuziek? In My Father, my King neemt de Schotse postrock-band Mogwai twee Joodse liederen als uitgangspunt. Heel zachtjes speelt de leadgitaar de melodie, maar na verloop van tijd voegen andere instrumenten zich erbij. Gitaarlaag op laag wordt gestapeld. Het wordt steeds zwaarder, totdat het losbarst in een oorverdovende noise. Het nummer duurt maar liefst twintig minuten. Er wordt geen woord gezongen, maar het kan werken als ‘muziek der verbeelding’ en kan bijvoorbeeld beelden van de pogroms of de holocaust oproepen.[6] Of het verwijst naar het geloof, dat aangevochten wordt van alle kanten. Dat kan popmuziek – ook de instrumentale vorm ervan – met je doen: een gesprek aangaan met je eigen verhaal en verstaan. Het doet denken aan wat H.W. Gadamer ‘horizonsversmelting’ noemde. [7]

Er is popmuziek die de schoonheid van de werkelijkheid meer op de wijze van psalm 8 bezingt. Artiesten als Van Morisson, Bruce Cockburn, Joni Mitchell en Vashti Bunyan staan bekend om hun beeldende liedjes over de natuur en het mysterie daarin. Extra vermelding verdient de band The Waterboys. Zanger en tekstschrijver Mike Scott maakte in 2011 een album An Appointment with Mr. Yeats waarin hij de poëzie van de Ierse dichter W.B. Yeats omzette in een veertiental liedjes. In White Birds bezingt hij de meeuwen boven de kustlijn. Hun gekrijs klinkt voor de dichter naar een melancholisch verlangen naar een betere wereld. In het liedje wordt dit nog eens versterkt door de fraaie melodie en de doordringende stem van Scott. Alsof ‘De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’

Tussen muziek en geloof is een wisselwerking. Zo heeft popmuziek een grote invloed op de christelijk liedcultuur en dus ook op de liturgie. In de afgelopen decennia is de bandmuziek aan een gestage opmars bezig in de kerkdienst en in het licht van voorgaande moge duidelijk zijn dat ook een gevolg is van de verschoven muzikale smaak en taal.[8] De door de beats gegeven vrijheid geeft alle ruimte aan de beleving waar men in die gemeenten naar op zoek is. De golflengte van de liturgie en de lofprijzing worden beïnvloed door van de popcultuur, het innen en uiten van het geloof vindt steeds vaker vorm en taal in popmuziek. Het lijkt erop of de afstand met klassieke kerkmuziek toeneemt. Een antwoord van de kerk kan zijn: aansluiten en een contrast-cultuur vormen. Met name binnen het jeugdwerk zijn hier velden te oogsten. Naast literatuur en film is de popmuziek een belangrijke gesprekspartner voor theologen en predikers. Niet iedere theoloog hoeft zich geroepen te voelen hier een bijdrage aan te leveren, maar de kerk als geheel kan popmuziek zeker niet links laten liggen.

Dat de popcultuur voor christenen een uitdagend en vruchtbaar speelveld kan zijn, blijkt uit de gospelmuziek, met name worship- en praisemuziek, die vruchtbaar weet te putten uit alle denkbare genres.[9] Interessanter (want spannender) zijn de christelijke muzikanten die de seculiere podia en harten van niet-gelovigen weten te bereiken. Dat dit mogelijk is bewees de oude singer-songwriter Bill Fay in 2013, toen hij met zijn album Live is People bovenin de Engelse hitlijsten terecht kwam. De kop in een recensie in Parool sprak boekdelen: ‘Gebeden die atheïsten ontroeren’. Het album staat vol met prachtige expliciet christelijke liedjes, die echter zo verwoord en verklankt worden dat ze inderdaad een breed publiek aanspreken. Ligt op dit terrein in het westen niet een prachtige missionaire uitdaging?[10]

 

  1. Popmuziek en het leven van christenen

Op welke wijze sluit popmuziek aan bij belangrijke facetten uit het leven van christenen? Allereerst vormt popmuziek een tijdspiegel. In zijn magnus opus Als de goden zwijgen begint K.H. Miskotte met een ‘kleine tijdspiegel.’[11] Hierin schildert hij aan de hand van toenmalige moderne literatuur het geestelijke klimaat van zijn tijd, met speciale aandacht voor het nihilisme. Literatuur en andere kunstvormen laten zien wat er ‘in de lucht hangt’, ze verwoorden en verbeelden de tijdgeest. Miskotte wil in zijn boek de bijbelse theologie het kritische gesprek met die tijdgeest aan laten gaan. Maar als je echt een gesprek wilt aangaan, als je het evangelie wilt communiceren, dan zul je wel moeten weten waar je gesprekspartners zitten: wat ze denken, wat ze ervaren, wat hun geestelijke bronnen zijn. Miskotte ging daarvoor onder andere te rade bij de literatuur van zijn tijd. In onze cultuur is popmuziek ook een spiegel waarin de tijd af te lezen is.

Aldus kunnen wij te rade gaan bij bijvoorbeeld iemand Marco Borsato. Hij verwoordt hoe veel mensen vandaag de dag denken, voelen, verlangen en liefhebben  ?  één van de verklaringen waarom zijn liedjes populair zijn en zijn concerten grif uitverkopen. Borsato richt zich in zijn liedjes op existentiële thema’s als vervreemding van jezelf, schuldgevoel, dankbaarheid en eenzaamheid.[12] Waarschijnlijk ligt hier een reactie op de steeds globaler wordende wereld, namelijk dat veel mensen zich daarbij ook graag terugtrekken op hun eigen emotionele eiland. Homiletisch liggen hier kansen. We willen er wel duidelijk op wijzen dat het ons gaat om datgene wat scheppend wordt voorgebracht en niet om de scheppers zelf. Wij zijn niet blind voor de geperverteerde kanten van popmuziek, die er ook zijn. Ook zijn we ons er van bewust dat topmusici, overigens net als andere grote kunstenaars, geleerden en sportlui, in hun levenswijze niet altijd een goed voorbeeld voor anderen zijn, meestal het minst in hun gezinsleven.

Er is popmuziek die zich met name richt op de maatschappelijke problematiek. De rapper Typhoon schildert in Van de regen naar de zon een beeld van Nederland als veilige haven voor vluchtelingen door de eeuwen heen, een beeld, dat staat haaks op de xenofobie en het protectionisme. Bruce Springsteen houdt op zijn album Wrecking Ball uit 2012 een vinger bij de economische crisis. Zijn woorden in het nummer Jack of all Trades zijn actueel als we denken aan de bonussen uit de bankwereld: ‘The banker mans grows fat,/ working man grows thin/ it’s all happened before and it’ll happen again.’ Een ander voorbeeld: het hiphop-collectief The Roots houdt op vergelijkbare wijze de Afro-Amerikaanse volksgenoten de spiegel voor. Collega-rappers die snoeven over hun dure auto’s, horloges en sigaren, worden door The Roots in striemende raps gewezen op hun materialisme en decadentie. Het is alsof je Amos of Sefanja hoort… Zijn The Roots ook onder de profeten? Denkt men onwillekeurig. Deze trend liep voor het eerst in het oog op het legendarische Woodstock festival in 1969 en sindsdien hebben protestzangers als Woody Guthrie, Peet Seeger en Bob Dylan hun luisteraars gewezen op wat scheef zit en haaks staat op waarden als gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Deze lijn gaat tot op de dag van vandaag door bij artiesten als Bruce Springsteen, Steve Earle, U2, Rage Against The Machine en Soulfly.[13] Beide laatstgenoemde bands maken luidruchtige metal, waar de woede om het onrecht extra voelbaar wordt. Hier vervult de popmuziek een spiegel- en aanklagende functie.

Popmuziek kan een liturgische functie hebben. Tijdens de Stille Week wordt in het muziektheater De Dood van de Zoon het passieverhaal verteld en verklankt. De vertelling wordt afgewisseld door liedjes, maar van een ander type liedjes dan in het eerdergenoemde grootschalige evenement The Passion, dat gemaakt is voor een televisiepubliek en voor het repertoire put uit toegankelijke Nederlandstalige popmuziek. In De Dood van de Zoon zijn de songs alternatiever en rauwer, die naar onze mening beten aansluiten bij het hartverscheurende, wrede en diepingrijpende lijdensverhaal van Jezus. Het betreft hier seculiere liedjes van onder andere Damien Rice, Pink Floyd en Radiohead, maar ook wordt uit het blues-repertoire geput, waarin religieuze noties dikwijls explicieter ter sprake komen. [14]Zo’n notie is healing of heelmaken. Als in het passieverhaal Judas Jezus verraden heeft en wroeging krijgt, klinkt het indringende blues-nummer Make it Rain van Tom Waits, waarin de ik-figuur worstelt met z’n schuldgevoel en smeekt om genade. Het brengt de raadselachtige figuur Judas zo wel heel dichtbij. Na de vraag van de moordenaar aan het kruis aan Jezus, wordt het hartverscheurende Spiritual van Spain ingezet (ook gecoverd door Johnny Cash): ‘Jesus, I don’t want to die alone/My love wasn’t true/Now all I have is You.’Aan het slot, als Jezus begraven is, klinkt Healing Day van Bill Fay: ‘It’ll be okay/On the healing day/No more goin’ astray/On the healing day/Yeah will find our way/
On the healing day/To where the children play/On the healing day.’ Eindeloos gaat het refrein door, alsof het in deze context zeggen wil: wat hier gebeurt, is van een eindeloos helende betekenis.

Sommige popsongs lijken in bepaalde opzichten op de zeven boetepsalmen (6, 32, 38, 51, 102, 130 en 143). Een voorbeeld hiervan is het laatste album Carrie & Lowell van Sufjan Stevens. Het elftal liedjes daarop is sterk autobiografisch en is gewijd aan Stevens moeder, die het gezin al vroeg in de steek liet. Ze leed aan schizofrenie en was een alcoholist. Een paar jaar terug overleed ze. Nietsontziend zingt Stevens over haar én het rouwproces, waarbij hij ook zichzelf niet spaart. Het is alsof Stevens in het biechthokje heeft plaatsgenomen en zijn hele relaas in je oor fluistert. Het zijn ook kleine verstilde liedjes, spaarzaam gearrangeerd, maar daardoor komt de tekst des te beter over. Zo richt hij zich in al zijn pijn en verdriet opeens tot Jezus, als in een gebed: ‘Jesus I need you, be near, come shield me/From fossils that fall on my head/There’s only a shadow of me;/in al manner of speaking, I’m dead.’

Er zijn vele voorbeelden meer te geven van popsongs die klank en taal geven aan de ‘condition humaine’, liederen die gaan over diepe existentiële en religieuze gevoelens en verlangens. Deze kunnen helpen om in de muzikale taal van vandaag de dag – die voor zoveel mensen herkenbaar is – iets te verwoorden van datgene dat speelt tussen God en mens en tussen mensen onderling. Juist in de verlegenheid van voorgangers en gemeenteleden om het evangelie in al z’n menselijkheid én vreemdheid te communiceren, kan dit soort popmuziek zeer behulpzaam zijn, in de preken, op de clubs en gemeenteavonden en in de catechese, omdat ze in al z’n rauwheid en eerlijkheid vaak genoeg gaat over het diepste geheim in en om de mens en God. De profeten werden genoemd: natuurlijk kunnen we profeten in theologische zin niet op één lijn plaatsen met popmusici, maar hun beeldtaal was niet minder verrassend of was zelfs ontluisterend als bij musici. Moesten zij geen hoorns opzetten, hun baard afscheren, een boekrol eten,  een prostitué trouwen en zich voortplanten, drie jaar geheel naakt door de stad gaan… ? Daarbij reikt de popmuziek, en dat heeft ze gemeen met de poëzie, op haar beurt nieuwe en verrassende beelden aan. In de woorden van Mike Scott van The Waterboys: ‘God is als de muziek van Bob Dylan. Als een bliksemflits. Altijd wisselend. Altijd nieuw.’[15]

 

Noten

[1] A.J.C. van der Hoeven, Popular Music Memories. Places and Practices of Popular Music Heritage, Memory and Cultural Identity (Rotterdam 2014).

 

[2] Ron Becker, Jezus was de enige zoon. Een missiologische bestudering van vier contemporaine popartisten (Utrecht 1997) 179. ‘Het bijzondere van popmuziek is haar fysieke en emotionele kracht (….) Misschien zijn popmuzikanten dwazen die overal zomaar binnenstormen….als narren die via een omweg de kerk een spiegel voorhouden.’ (t.a.p.)

[3] Francis A. Schaeffer, De God die leeft. Bijbels christendom in de 20ste eeuw (Amsterdam 1980; oorspr. Londen 1968) 80 zocht ‘moderne mystiek in de praktijk: muziek’ en stelde niet ondubbelzinnig: ‘Goede kunst moeten we kunnen we waarderen, maar kunst heeft geen recht, ongeacht de inhoud, ex cathedra te spreken.’ Van de Beatles moest hij weinig hebben. J. van Amstel, Religie en popmuziek (Ede 1993) is zeer kritisch over popmuziek. P. 8: ‘Een dominee in de disco? Wie gekocht is met Christus’ bloed hoort er niet in thuis.’ Hij verwijst op 85-6 in ‘Eenige [sic] eenvoudige literatuur’ naar publicaties van o.a. J.A. Baaijens, G.J. Nijhof en J.D. te Winkel. Zie ook de DVD ‘They sold their souls for rock ‘n Roll’ uit 2003 van Joe en Lisa, waarin ze aantonen dat ‘Satan is the master musician, working nehind popular music’. Zelfs Elvis en U2 moeten eraan geloven.

[4] Matthias Mauch, Trouw, 7 mei 2015.

[5] Over dit onderwerp is veel meer te zeggen. Zie o.a. over een veel opener houding van Calvijn tegenover de cultuur, dan wordt verondersteld: Geest en cultuur. Een theologisch onderzoek naar creativiteit in het licht van de visie van Calvijn op cultuur; de dissertatie van C.G. Geluk. (Zoetermeer, 2003).

[6] Dit, naar een woord van Jan Willem Broek die jarenlang obscure popmuziek besprak op zijn muziekblog ‘Caleidoscoop’. De ondertitel daarvan luidde: ‘muziek der verbeelding’.

 

[7] ‘Grundzüge einer Theorie der hemeneutischen Erfahrung’, in: H.W. Gadamer, Wahrheit und Methode, Grundzüge einder philosophischen Hermeneutik, 6e druk, Tübingen, 270 e.v.

[8] Bv. Wim Jansen, Popmuziek en geloof. Pleidooi en handreiking voor het werken met popmuziek in vieringen en geloofsoverdracht (Kampen 1995) 69-76: ‘Bezwaren, argumenten en mogelijkheden’. Deze uitgave verscheen vanuit de Nederlandse Hervormde Kerk en de Landelijk Hervormde Jeugdraad.

[9]Zie de artikelen over de kracht van Elvis’ gospels in NRC, Trouw en De Volkskrant van ds. Fred Omvlee op zijn website   https://fredomvlee.wordpress.com/links-naar-online-artikelen (geraadpleegd op 14 juni 2015).

[10] Marleen Hengelaar-Rookmaker, ‘Het postmoderne poplandschap en wij’, in: Jan van der Stoep, Roel Kuper, Timon Ramaker (red.), Christelijke oriëntatie in een op beleving gerichte cultuur (Amsterdam 2007) 164-167; 165 pleit voor het in ‘onze eigen cd-collectie, feestjes en bijeenkomsten op zoek gaan naar popmuziek die aansluit bij onze levensvisie [om zo een] positieve bijdrage te leveren aan onze cultuur.’

[11] K.H. Miskotte, Als de goden zwijgen. Over de zin van het Oude testament (Amsterdam 1956); Verzameld werk VIII, (Kampen 1983).

[12] Cf. William D. Romanovski, Eyes Wide Open. Looking for God in Popular Culture (Grand Rapids 2006) 150: ‘I am arguing for a Christian criticism that examines popular art in terms of function, how a work something illuminates something about life’.

[13] Zie  voor U2 het uitstekende werk van de aan Yale’s Divinity School verbonden Christian Scharen, One Step Closer. Why U2 matters to those seeking God (New York 2006).

[14] Romanowski, Eyes, 50-2, laat zien in de paragraaf ‘In a fallen world’ hoe Daniël en Paulus aansluiting zochten bij een cultuur die de hunne niet was.

[15] Gec. in Jan Koenot, Voorbij de woorden, essay over rock, cultuur en religie (Averbode 1996) 157.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *