Gods heiligheid en onze gewone taal

Openingsviering zoals gehouden tijdens de studiedag 2015 “Doorzingen in de Preek”. De liturgie is beschreven in het programmaboek.

In het Oude Testament is het zien van God een dramatische gebeurtenis. De meeste gelovige joden dachten dat je onmiddellijk zou sterven als je God zou zien. Dat roept meteen een spanning op: tegenwoordig verlangen veel mensen God te mogen zien, als een bevestiging van hun geloof: ‘Zie je nou wel, het is tóch waar.’ In Jesaja 6 lezen wij hoe de aanwezigheid van God maakt dat Jesaja zich slecht, klein en onrein voelt. Wie is hij, dat hij God mag zien, dat hij bij Hem mag zijn? Er moet zelfs een gloeiende kool aan te pas komen om Jesaja’s onheiligheid te verschroeien. De heiligheid van God is overweldigend in dit verhaal. De enige gepaste reactie is dat je zwijgt, of hooguit ‘oah’ zegt.

Het Pinksterverhaal legt een heel ander accent. De wind blaast niemand omver en de vlammen verbranden niemand. Het wonder is wat die wind en vlammen teweeg brengen: de leerlingen spreken en iedereen hoort hen spreken in zijn eigen dialect (dit woord gebruikt het Grieks). Dus niet netjes in het Hebreeuws, Aramees of Grieks, maar juist in de fijnste vertakkingen van de spreektaal. Wij zouden zeggen: in het Twents, Bildts, Gronings of Limburgs. De heiligheid van God wordt alledaags doordat Hij klinkt in de taal waarin je woont, spreekt, werkt, eet, drinkt, liefhebt en vloekt.

Dit is een idee voor een viering met een preek in het hart, met een lezing uit het Oude Testament ervoor en een lezing uit het Nieuwe Testament erna. De preek kan zich helemaal toespitsen op onze taak als mensen met hart voor de eredienst. Bij heiligheid denk je al snel aan de afstand tot God. Er is iets aan God waar ik niet bij kan en wat ik ook niet kan bevatten. Dat kan zelfs heel onaangenaam zijn, omdat ik, geconfronteerd met God, mijn tekortkomingen voel. Helaas wordt er dan vaak taal gebruikt die heel onalledaags is, zodat die afstand alleen maar groter wordt. De essentie van het Pinksterverhaal is juist dat de heiligheid van God klinkt in onze eigen taal, inclusief accent en spraakgebrek. Dit goede voorbeeld van Gods Geest moet je volgen. Als je ná Pinksteren over God wilt spreken en nog steeds geijkte formuleringen, vage formules en onbegrijpelijke tafelgebeden gebruikt, dan heb je iets niet begrepen. Daarom probeer ik in deze viering de heiligheid en het ‘oah’ over God zo veel mogelijk een plek te geven en tegelijk zo gewoon mogelijke taal te gebruiken.

Tijdens deze viering wordt een spanning opgebouwd tussen het menselijke (on)vermogen en Gods heiligheid. Deze spanning vindt haar climax in een enorme dissonant – want Gods heiligheid klopt niet, dissoneert, met mijn wereld. Toch is het niet de bedoeling van deze viering dat Gods heiligheid zeer gaat doen. De bedoeling van deze viering is dat je je verwondert over Gods heiligheid en dat die verwondering dan wel móet klinken in ons eigen dialect.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *