Op zoek naar een evenwichtig liturgisch dieet

John Witvliet

De Amerikaanse theoloog en musicus John Witvliet is directeur van het Calvin Institute of Christian Worship in Grand Rapids

……De Amerikaanse hoogleraar John Witvliet is volgend weekend hoofdspreker op het congres ‘Veelkleurig Vieren’.

……‘Er is een teveel aan meningen over liturgie, en te weinig liefde, inzicht en fijnzinnigheid.’

Grand Rapids
De Amerikaanse hoogleraar John Witvliet (43) is volgende week vrijdag en zaterdag hoofdspreker op het congres ‘Veelkleurig Vieren’, dat onder meer door het Nederlands Dagblad wordt georganiseerd. De vormgeving van kerkdiensten geeft vaak conflicten, maar kan dat ook anders? Moet je kiezen tussen de psalmen, het Liedboek, Opwekking, Taizé en Oosterhuis? Of kunnen tradities ook samengaan? Witvliet vindt dat het vaak ‘simplistisch’ toegaat in discussies en besluitvorming over liturgie. Hij wil naar een dieper niveau: waar is het in de dienst om begonnen en hoe geef je daar vorm aan?

Hij is theoloog, musicus en directeur van het Calvin Institute of Christian Worship in Grand Rapids. Bij het tienjarig bestaan van het instituut, in 2007, formuleerde Witvliet ‘10 woorden voor de eredienst’ – tien aandachtspunten die kerkdiensten en samenkomsten kunnen verrijken.

Wat zijn uw eigen ervaringen met kerkdiensten, als tiener en daarna?
‘De kerkdienst is altijd een bron van bemoediging, inspiratie en tegenspraak voor me geweest. Overtuigende preken en gemeentezang blijven me de hele week bij. Ik heb het wel eens moeilijk gehad met tradities. Ik hield van oude vormen en structuren, maar niet als het enkel herhaling werd, zonder zorg en aandacht. Ik kon er ook niet goed tegen als het sentimenteel werd – dat kan met oude én nieuwe vormen. Maar de frustratie die veel tieners met de kerkdienst hebben, heb ik niet gekend. Ik had een fijne dominee (mijn vader) en goede muzikanten die me begeleidden en stimuleerden.’

Aan het begin van de ‘10 woorden’ stelt u als vraag: wat voor beeld van God roept een kerkdienst op, bewust en onbewust? Waar doelt u op?
‘Alles wat er is en gebeurt in de kerk – bidden, preken, de architectuur, de muziek, de sacramenten – draagt iets uit over wie God is. Stel dat alle woorden spreken van de soevereine almacht van God. Maar niet hoe nabij Hij ons is in Jezus Christus. Dat is een misvormd beeld. Of stel dat het alleen maar gaat over ‘Jezus is onze vriend’, en er is niets wat verwijst naar Gods grootheid en heerlijkheid. Dat is ook een misvormd beeld. Een goede dienst laat een veelzijdig beeld zien van Gods grootheid en nabijheid, zijn genade en vriendelijkheid en hoe Hij ons leven vernieuwt. Waarom zouden we met minder genoegen nemen?’

Zou u sterke en zwakke punten van de Nederlandse traditie kunnen aanwijzen?
‘Ik houd erg van de Geneefse psalmen en van de bevindelijke traditie. Dat is een rijk erfgoed en de vraag is hoe we dat vandaag bij de tijd brengen. Er zal altijd een kloof zijn tussen liturgie en cultuur. Maar soms is er een onnodige kloof doordat we ons opsluiten in onze eigen cultuur en niet gastvrij zijn. Mijn ervaring is bijvoorbeeld vaak dat de voorbeden niet goed aansluiten bij de zorgen en angsten van mensen.’

Muzikale smaken lopen tegenwoordig enorm uiteen. Kan de kerk dat bij elkaar houden? Of moeten we naar doelgroepdiensten toe?
‘Waar het kan, zou de kerk eenheid moeten laten zien in verscheidenheid. Maar je moet niet zomaar alle muziekstijlen bij elkaar gooien. Elke kerk heeft een muzikaal palet. Dat kun je langzaam maar zeker verbreden, zodat de gemeente het onbekende kan leren waarderen. Voor de ene gemeente betekent dat: ga eens een Taizélied of een liturgische tekst zingen. Een andere zou opwekkingsliederen of juist de Geneefse psalmen moeten ontdekken.’

De term ‘aanbidding’ is in opkomst. Meestal gaat het dan om het muzikale gedeelte van de dienst. Hoe ziet u dat?
‘Ik begrijp het, maar het is te simpel. ‘Aanbidding’ is meer dan muziek: het is ook je hele leven als offer in Gods dienst stellen. God prijzen kan met muziek, maar ook met dans, gebaren of woorden. Muziek kan stem geven aan lofprijzing, maar ook aan berouw, klacht, dankbaarheid, toewijding.’

Gereformeerden in Nederland kennen de term ‘aanbidding’ niet zo. Ze noemen hun samenkomst ‘eredienst’. Maakt dat verschil?
‘Dat begrip zou van mij in Amerika meer ingang mogen vinden. Vooral omdat het verwijst naar zowel Gods dienst aan ons als onze dienst aan Hem. De term ‘aanbidding’ helpt mensen wel om dichter bij God te komen, om Hem meer rechtstreeks aan te spreken.’

U pleit ervoor diensten door meer mensen te laten voorbereiden, niet door de dominee alleen. Waarom? En betekent dat niet extra werkdruk voor predikanten?
‘Dat kan. Maar je moet het niet zien als iets wat ten koste gaat van je tijd voor pastoraat. Het is juist een prachtige manier van pastoraal bezig zijn. Als je met een groep de preek voorbespreekt, hoor je wat een Bijbeltekst met mensen doet. Als de dominee aan gemeenteleden vraagt waarvoor hij moet bidden, wordt het echt het gebed van de gemeente, ook al spreekt de dominee het uit.’

De kerk is een gemeenschap van alle generaties, zegt een van de ‘10 woorden’. Hoe betrek je jongeren bij de dienst? Via een apart moment?
‘Misschien, maar het beste is dat de dienst als geheel van alle generaties is. In preken kun je voorbeelden gebruiken die mensen van alle leeftijden aanspreken. De voorbede moet de zorgen van mensen van alle leeftijden noemen. Ouderen en jongeren kunnen een Schriftlezing doen of de gebeden voorbereiden.’

Wat wilt u aan uw Nederlandse publiek overdragen?
‘Probeer boven simpele dilemma’s van ‘traditioneel of eigentijds’ uit te komen. Mijn pleidooi is dat een gemeente begint bij eeuwenoude, traditionele vormen. Bekijk hoe waardevol die zijn, hoe ze zijn opgebouwd. En geef ze zodanig een plek in de dienst dat je die waarde benadrukt. Dat is een beweging terug naar de traditie. Vervolgens kan een gemeente op zoek gaan naar een afgewogen dieet van muziek, kunst en andere expressievormen. Misschien kan een gemeente de traditionele slotzegen ‘herontdekken’ via een simpel kinderlied met gebaren.
Of een gemeente kan het Onze Vader gaan zingen op muziek uit het Midden- Oosten of Zuid-Amerika, om zo beter voor de noden van de wereld te kunnen bidden. Misschien kan het zingen van twee of drie psalmen achter elkaar aan het begin van de dienst helpen om tot aanbidding te komen die dieper gaat dan alleen het verstand. Het gaat niet om vernieuwingen op zichzelf, maar om vernieuwing met als doel Jezus te volgen en zijn leerling te zijn.’

Bron – Nederlands Dagblad, 19 maart 2011


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *