Je leven wordt leuker als je van meer dingen houdt

Interview met Kees van Zetten

Kees van Setten

Psalmen ja, Opwekking nee. Of net andersom, ’t is maar aan wie je het vraagt. Als het om de liederen gaat die in kerkdiensten worden gezongen, breekt er soms bijna een oorlog uit. In Amerika, waar alles een beetje heftiger toegaat dan hier, hebben ze daar de term worship war voor uitgevonden. Kees van Setten is iemand die van veel muziekstijlen houdt, en zo’n oorlog graag wil vermijden. Maar dan moet er wel wat gebeuren. Daarom organiseert hij mede met enkele anderen een symposium, ‘Veelkleurig vieren’.

Kees van Setten (57) is van huis uit theoloog. Hij was jarenlang afdelingsleider, godsdienstleraar en gaf onder meer ook filosofielessen. Maar in kerkelijke kring is hij meer bekend als componist en pianist, als iemand die heel wat Opwekkingsliederen muzikaal heeft bewerkt, maar niet kritiekloos staat tegenover het gebruik ervan. Veel gemeenten zijn eenzijdig in hun liedkeuze en selecteren alleen de vrolijke aanbiddingsliederen, waardoor ze vaak een wat eenzijdige liturgie krijgen, heeft hij diverse malen gezegd en geschreven. Ondanks die kritiek meent hij dat deze liederen tegenwoordig niet meer uit de kerkelijke liedcultuur weg te denken zijn. ‘Nee, ze horen er helemaal bij. Het is ook geen jongerenmuziek meer. Ze worden ook door ouderen gewaardeerd, zowel door hoog- als laagopgeleiden. En dat is logisch, want de gemeente van Christus is een vergaarbak. Het bijzondere daarin is niet dat we het in alles met elkaar eens zijn, maar dat we van Christus zijn. Daarom is het belangrijk dat we naar elkaar luisteren en dat we meer doen met de diverse liedculturen die in de kerk zijn ontstaan. We moeten niet tegenover elkaar staan, maar met elkaar in gesprek gaan.’

Dreigen er in Nederland dan ook worship wars, net als in Amerika?
‘Nou sterker, die twisten zijn er allang. Er zijn gemeenten waar fors gediscussieerd wordt over wat er in de diensten moet worden gezongen en waar mensen elkaar bijna in de haren vliegen. Het is ook niet gemakkelijk, je ziet die discussies overal op de wereld. Veel kerken kunnen er niet goed mee omgaan, misschien met uitzondering
van de Anglicaanse Kerk. Kijk maar naar een programma als Songs of Praise waar traditionele kerkliederen en Opwekking naast elkaar worden gezongen.’

Nu is dat een zangprogramma, kan dit in een kerkdienst ook?
‘Waarom niet? Omdat iedere liedcultuur zijn eigen waarde heeft, hebben ze elkaar nodig.’

Maar hoe dan, een Opwekkingslied na een Bachcantate gaat toch moeilijk?
‘Inderdaad, dat moet je niet doen. Het gaat er niet om dat je in één dienst een beetje van dit en een
beetje van dat doet om het iedereen naar de zin te maken. Je moet in je liedkeuze een verhaal vertellen. Luther zei ooit: er is in de dienst tweemaal een preek. De ene bestaat uit gesproken woorden, de andere uit gezongen woorden’.

Interview met Kees van Zetten

blended worship

Hoe combineer je dan die verschillende stijlen?
‘Een verhaal vertellen kun je thematisch doen. Dan krijg je blended worship, een kerkdienst waarin de diverse stijlen aan elkaar worden verbonden. Neem een thema als ‘verwachting’. Dan zing je bijvoorbeeld eerst Psalm 62, daarna het Taizélied ‘Wait for the Lord’, eventueel aangevuld met een bewerking van het lied ‘Nun komm der Heiden Heiland’. In de psalm neem je meer tekst tot je, daar moet je over nadenken. Het Taizélied zet meer aan tot meditatief zingen. Beide vullen elkaar qua functie aan. Zo kun je een thema van verschillende kanten belichten en daarbij verschillende delen van je persoonlijkheid aanspreken. In onze kerk doen we zoiets geregeld, waarbij ik dan korte tussenspelen maak om de diverse onderdelen goed in elkaar te laten overvloeien.’

Dat laatste is mooi, maar niet iedere gemeente beschikt over een Kees van Setten…
‘Nee, daarom moet er veel meer geïnvesteerd worden in de opleiding van kerkmusici. Overigens, ook met heel eenvoudige middelen kan een kerkdienst al gevarieerder worden gemaakt en kun je mensen leren bewuster te zingen. Spreek maar eens af dat sommige coupletten heel zacht worden gezongen in plaats van alles op dezelfde sterkte, zoals meestal gebeurt, of dat je een couplet langzaam en een ander couplet snel zingt. Of pas wisselzang toe, afwisselend mannen of vrouwen of bepaalde groepen in de kerk. Als je eens goed luistert naar anderen die zingen, dringt de tekst vaak veel beter door. Er is al veel gewonnen als de dominee bij wijze van spreken niet pas zaterdagavond met zijn liturgie aan komt zetten. Veel mooier is het wanneer hij met de organist of zangleider een dienst voorbereidt. Zoiets hoeft niet elke week, maar doe het bijvoorbeeld eens per maand.’

U had het net over verschillende stijlen in één dienst. Is het niet beter om dan maar aparte diensten voor verschillende groepen te houden?
‘Dat kan. Dat zie je bijvoorbeeld bij de diensten van Tim Keller in New York. Hij stemt die af op de doelgroepen die hij bedient, bijvoorbeeld een morgendienst voor yuppen met klassieke muziek en ’s middags een dienst gericht op sociaal zwakkere groepen met laagdrempelige muziek. Maar in beide gevallen een preek met dezelfde inhoud, ook al verschilt die wel qua vorm. Je kunt dat zo doen, maar het is ook heel mooi om
de gemeente bij elkaar te houden in één dienst. Doelgroependiensten zijn weliswaar praktisch – je sluit aan bij de doelgroep – maar de gemeente van Christus is ecclesiologisch gezien een vergaarbaak met slechts Christus als noemer. Dat is voor mij een goede reden om te proberen elkaars muzikale talen te verstaan.’

Vaak beroepen tegenstanders van Opwekkingsliederen zich op een gebrek aan kwaliteit. De teksten zijn vaak nogal eenvoudig, de muziek is vaak nogal plat, zeggen ze…
‘Met sommige liederen is dat inderdaad het geval, al zijn ook lang niet alle klassieke kerkliederen even geslaagd. Het gaat mij ook beslist niet om een keuze voor de ene of de andere stijl, voor het ene of het andere instrument. Ik zeg niet “het orgel eruit”, maar “de piano erin”, en de cello en viool en nog heel wat instrumenten. En dan kwalitatief goede teksten en arrangementen. Want kwaliteit communiceert en wat aanrommelen
irriteert. Wat de eenzijdigheid van teksten betreft, juist door een thematische opzet kun je die voorkomen. Vergis je niet, ook als je alleen psalmen zingt, kun je eenzijdig worden. Een aantal predikanten kiest daaruit ook alleen maar een aantal populaire coupletten. Denk maar aan Psalm 89, dat wordt door veel mensen ervaren als een lofpsalm omdat de eerste coupletten nogal juichend zijn. Maar kijk eens hoe die psalm eindigt. Dan is er opeens een smeekbede van een gelovige die zich in de steek gelaten voelt. Hoe vaak wordt dat gezongen? Bijna nooit.’

En de band speelt zo hard…
‘Dat is vaak ook zo. Ik zeg wel eens tegen muziekgroepen: hard spelen moet je voor een climax reserveren. Speel zacht en bouw dan een crescendo op. Dat kan alleen als je zacht begint. Maar hetzelfde geldt ook voor orgelbegeleiding. Sommige organisten spelen te luid, of alles op dezelfde manier. Dan vaak overstemt het orgel de gemeentezang, net als dat bij een band het geval kan zijn. Laten organisten en muziekgroepen meer spelen met dynamiek. En waarom moet het pedaal altijd zo zwaar? “De gemeente leunt op de pedaalklank’’, wordt vaak gezegd. Maar dat is onzin, zeker bij bekende liederen. Laat het pedaal maar eens weg en laat het alleen bij het laatste couplet horen, dan klinkt het veel indrukwekkender.’

Kun je Opwekking en traditionele liederen zomaar met elkaar combineren? Dirk Zwart zei ooit: ‘Je spuit ook niet een toefje slagroom op een biefstuk’.
‘Mijn reactie was toen: maar je kunt room wel in een saus verwerken die je over de biefstuk giet. Natuurlijk moet je rekening houden met de verschillende stijlen van het traditionele kerklied en Opwekking. Maar als je daar op een muzikaal gezonde manier mee omgaat, kan er veel. Dat willen we op het symposium in Huissen ook laten zien.’

herhalende pulsen

Hoe dan?
‘Door het orgel in te zetten bij een muziekgroep om maar iets te noemen. Of dat kan, hangt van de stijl van het lied af. Het orgel heeft zijn eigen kwaliteiten, het kan gemakkelijk lange tonen produceren. Een piano, gitaar of percussie-instrument moet het hebben van de herhalende puls. Als je dat met elkaar combineert, gaat het heel goed wanneer het orgel zich vooral richt op het versterken van basisakkoorden.’

Zit kwaliteit vaak niet in kleine dingen? Eenvoudige muziek goed spelen is beter dan een prachtig stuk muziek dat rommelig wordt uitgevoerd.
‘Dat is ook zo, maar kwaliteit is niet het enige criterium voor een goede liturgie. Wat er in een gemeente gebeurt, is ook belangrijk. Toen ik de film ‘As it is in heaven’ bekeek, was ik vooral geroerd door de groepsdynamiek daarin. Het is niet voor niets dat evangelischen niet spreken van ‘liturgie’ of ‘eredienst’, maar van ‘samenkomst’. Kwaliteit kan inderdaad in heel simpele dingen zitten, maar wat er in de groep onderling gebeurt, in de aanwezigheid van God, is veel belangrijker. Je merkt trouwens dat samen muziek maken, in een muziekgroep of een koor, een factor in gemeenteopbouw kan zijn.’ Wat gaat er op het symposium gebeuren?
‘We luisteren naar een paar referaten van de Amerikaanse hoogleraar John Witvliet uit Grand Rapids. We hebben hem uitgenodigd omdat hij hoofd is van een gereformeerd instituut voor liturgiestudie en al diverse malen een vergelijkbaar symposium heeft georganiseerd. Ze hebben daar een goede ervaring opgedaan met blended worship en werken aan kwaliteit van de gemeentezang en muziek in de liturgie. Verder zijn er diverse workshops – een ervan wordt door Witvliet geleid – waarin wordt doorgesproken over diverse aspecten van de liturgie. Maar erg belangrijk is dat we allerlei nieuwe vormen gaan uitproberen. We gaan ook bekende liederen op een soms wat andere manier zingen dan we gewend zijn.’

Wat verwacht of hoopt u van het symposium?
‘Allereerst dat de diverse deelnemers met elkaar in gesprek gaan en elkaar en ook elkaars muziek leren waarderen. Dat laatste is moeilijk, maar het verrijkt je leven. Ik hield vroeger niet van de pianomuziek van Rachmaninov, maar sinds ik ernaar heb leren luisteren, ben ik het mooi gaan vinden. Je moet proberen van andere, vreemde dingen te houden. God doet dat ook, Hij is niet eenzijdig. Je leven wordt gewoon veel leuker als je van meer dingen gaat houden. Tijdens zo’n symposium in Grand Rapids heb ik een jazzvesper bijgewoond. Wat moet je je daarbij voorstellen? Ik heb daar heel zacht koper gehoord, ingetogen, prachtig! Een heel andere stijl dan we hier gewend zijn, maar als je je daarvoor openstelt, kun je extra van zo’n dienst genieten. Verder hoop ik ook dat we gaan zien dat het in de kerkdienst niet gaat om het afwerken van een bepaald programma, een orde van dienst. Robert E. Webber heeft ooit gezegd: “Liturgy is not a program, it is a narrative”. Liturgie is dus geen programma, maar een verhaal. Dat moet je boeiend, afwisselend vertellen. Denk maar aan Luther: dan krijg je een dubbele preek…’

Bron – Nederlands Dagblad, 11 februari 2011. 


Reacties

Je leven wordt leuker als je van meer dingen houdt — 1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *