Nieuw proefschrift: Composing a Canon

Nienke van Andel

Nienke van Andel

Donderdag 10 september aanstaande verdedigt Nienke van Andel haar proefschrift Composing a Canon: Creating Networks of Meaning in the Editorial Process of the Hymnbook Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk (2013) aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam (aula VU).  Promotoren zijn prof. dr. Marcel Barnard en dr. Martin Hoondert.

Deze dissertatie gaat over het proces van de totstandkoming van het nieuwe protestantse liedboek en is met name gerelateerd aan een aantal kernbegrippen die daarin een rol hebben gespeeld. Van Andel heeft hiervoor vele vergaderingen van de afzonderlijke werkgroepen en de hoofdredactie bijgewoond en geobserveerd. Sinds 9 mei 2008 om precies te zijn138! Een prestatie want deze vergaderingen (en hun leden) vertegenwoordigden een bonte veelheid aan meningen, invalshoeken en wensen. Het was haar daarbij echter niet zozeer te doen om de vraag of de redactie wel goed werkte, noch om de gehanteerde criteria bij het al dan niet opnemen van liederen, noch om de redactieleden in muzikale of theologische hokjes te kunnen plaatsen.

Zij focust in haar onderzoek op een aantal kernbegrippen die in de discussies vaak werden gebruikt. Bekende begrippen als ‘liedboek’, ‘liturgie, ‘traditie’ ‘theologie’, ‘gemeente’. Bedoelde iedereen daarmee hetzelfde? Niet dus. Ze constateerde dat er soms volledig langs elkaar heen werd gepraat, dat argumenten op termijn ongemerkt van eigenaar verwisselden, etc.  Het gesprek ging steeds over de liederen zelf, maar elke deelnemer nam natuurlijk zijn eigen (verborgen) uitgangspunten, visies en paradigma’s mee. Het is voor de hand liggend dat genoemde kernbegrippen dus een veelheid aan betekenissen konden herbergen. Dat kon verwarring scheppen, maar in dit proces zijn de redactieleden ook naar elkaar toegegroeid.

Van Andel behandelt vijf centrale begrippen in vijf hoofdstukken die elk als zelfstandig wetenschappelijk artikel zijn geschreven. Het eerste gaat over het begrip ‘Liedboek’. Is zo’n liedboek een spiegel van het bestaande of moet het een motor zijn die vernieuwing op gang brengt? Een museum of een gebruiksartikel? Een (het enige) hulpmiddel of een bron? De kritiek op een liedbundel wordt mede bepaald door iemands visie hierop.

Omdat het liedboek in verschillende (protestantse) kerkgenootschapen wordt gebruikt spelen begrippen als ‘oecumene’ en ‘consensus’ een rol. Volgens Van Andel zit de eenheid niet zozeer in de liederen, maar in het liedboek als zodanig waarin verschillende liederen naast elkaar een plaats hebben.

Onder het kopje ‘geschiedenis’ wordt het nieuwe Liedboek bekeken als opvolger van het vorige liedboek (LvdK) uit 1973. Dat houdt zowel continuïteit in als (grote) verandering.

Vervolgens worden de ‘professionaliteit’ van de samenstellers en hun rollen in het proces onder de loep genomen. Waaraan ontlenen zij hun argumenten voor of tegen een bepaald lied?

Het laatste item is gewijd aan opvattingen van de leden met betrekking tot het begrip ‘gender’. Het LvdK uit 1973 was te zeer een product van (de denkwereld van) mannen, dat moest nu anders. Van Andel laat er geen twijfel over bestaan dat dit niet gelukt is. Haar conclusie: de redactie had een blinde vlek voor ‘gender’ en de ontwikkeling die dit begrip heeft doorgemaakt in de afgelopen tijd.

Al met al een interessante wetenschappelijke afsluiting van het (dit) proces.

Nienke van Andel is sinds april 2015 bevestigd als predikant in de PKN (Zeist).

 

Kees van Setten


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *