Online Calvin Symposium on Worship 2021

Door: Kees van Setten, januari 2021 

Deze weken volg ik het jaarlijkse ‘Symposium on Worship’ van het Calvin Institute of Christian Worship (CICW). Als EredienstCreatief zijn we daar op een bijzondere wijze mee verbonden. In 2008 bezochten we het symposium met een aantal mensen. Wat me aantrok was de open en nieuwsgierige (wetenschappelijke!) sfeer die bovendien op allerlei terreinen en disciplines breed was georiënteerd.  In feite is men op dit moment allang het stadium van de ‘Worship Wars’, die hier en daar nog woeden, gepasseerd. Het is enerzijds een omgeving van kritische en praktische reflectie op theologisch, filosofisch, liturgisch, muzikaal en kunstzinnig gebied. Anderzijds is het een warme, gastvrije en – vooral – gelovige omgeving. Ik houd al jaren van die combi, die met name een motiverende omgeving oplevert.  Dat het van mij persoonlijk nog een klein tikkeltje ruimer en kritischer zou mogen is bijzaak.  

In 2011 organiseerde EredienstCreatief in Nederland een symposium met als hoofdspreker John Witvliet, de directeur van het CICW. We hebben hem toen leren kennen als een erudiet en muzikaal man, met een brede expertise en een warme, gastvrije persoonlijkheid. 

Praktisch houdt het symposium dit jaar in dat ik veel achter mijn grote beeldschermen inclusief goede geluidsinstallatie zit, want uiteraard gaat alles online. Met drie weken achter de rug merk ik op hoe mijn houding tegenover het online gebeuren is veranderd. Net als de meeste mensen – en met 40 jaar onderwijservaring achter de rug – vind ik dat het échte contact, het samen kunnen zijn, in de poppetjes van elkaars ogen kunnen kijken en onbelemmerd kunnen spelen en zingen veruit de voorkeur verdient. Dat is onvervangbaar. Toch word ik verrast door de creativiteit waarmee men lezingen en met name de vele vieringen digitaal-beeldend vorm weet te geven. Er zijn zelfs mooie dingen mogelijk die in een ‘live’ kerkdienst nog knap lastig te realiseren zijn. Ook het tweedimensionale beeld kan dus een enorme impact en geestelijke werking hebben. Soms is het allemaal heel professioneel, met goed camerawerk, doordachte regie (!) en goed geluid. Vooral dat laatste vind ik belangrijk, al zal dit bij de doorgaans slechte speakers in laptops vergeefse moeite zijn.  Maar er zijn ook streams vanuit eenvoudige huiskamer-opstellingen, eenvoudige liturgieën en  matig geluid. Gek genoeg word je daardoor dan soms toch geraakt en kan een voortreffelijk verzorgde liturgie je niets doen. Maar dat is een andere kwestie.. 

Het symposium bestaat ruwweg uit twee programmaonderdelen. Het eerste onderdeel wordt gevormd door lezingen en interviews, soms met meerderen tegelijk. Het tweede onderdeel bestaat uit een serie internationale vieringen, afkomstig uit de hele wereld. Een kijkje in de wereldkeuken van de christelijke eredienst. Hou zou dat anders kunnen dan digitaal? Ja: veel vliegen, dan kom je overal. Maar ik heb steeds meer last van vliegschaamte.. 

Hoewel er ook veel (basaal-liturgische) overeenkomsten zijn is het natuurlijk uiterst boeiend om de verschillen gewaar te worden. Het gaat dan in de eerste plaats om de couleurs locales die tot uiting komen in tekst en muziek, beeld en beweging. Maar het is ook leuk om te zien hoe de creativiteit verrassende gestalten krijgt. Deze vieringen brengen je op ideeën!  

In het nu volgende gebruik ik het begrip ‘worship’ in haar algemene zin: ‘eredienst’, ‘liturgie’, ‘samenkomst’, ons algemene aanbidden van God, e.d.  Onderaan geef ik aan hoe je de in dit artikel genoemde items kunt terugvinden op de website van het CICW. 

Voordat ik wat voorbeelden ga geven wil ik eerst iets algemeens aan de orde stellen. 

Een tijdje geleden had ik in Trouw een artikel gelezen van de historicus James Kennedy over christenen in de staat Michigan. Volgens hem bevonden zich onder de christenen daar veel Trump-stemmers, waaronder de inmiddels bekende (beruchte) groep van ontkenners, activisten en aanhangers van complottheorieën. Thijs van den Brink heeft hier gefilmd en soms was dat ronduit schokkend. Waarmee ik niet wil zeggen dat de problemen zwart-wit zijn, integendeel – het is allemaal uitermate complex en goed en kwaad lopen zoals gewoonlijk door elkaar. De indruk die in Nederland gewekt wordt met betrekking tot Amerikaanse christenen is echter nogal eenzijdig, ondanks Thijs’ voorzichtige en nuancerende pogingen om tot een iets gedifferentieerder beeld te komen. 

Hier, in Grand Rapids, is ook het Calvin College en het daaraan gelieerde CICW gevestigd. Tot nu toe kom ik daar echter een andere christelijke wereld tegen. Had Thijs hier maar gefilmd! Op het symposium is (extra) veel aandacht voor zaken betreffende ‘racism’, ‘white supremacy’ en ‘Black Lives Matter’. Ik zie veel gekleurde sprekers, predikanten en musici voorbijkomen, maar er wordt ook duidelijk stelling genomen tegen de kloof die is ontstaan en de laatste jaren is verergerd. 

Bij de heftige lezing What is the Color of Compromise? van Jemar Tisby moest ik wel even slikken. Feitelijk was hij spijkerhard over de ongelijke tweedeling blank-zwart, iets dat je niet verwacht op een symposium over worship. Hij schreef onder andere het boek The Colour of Compromise. Tisby betoogt dat het grote probleem van racisme niet zozeer bij de extreme uitersten ligt, maar in het midden. Op brede schaal en binnen de marges van het ‘gewone’ (compromise) leven – dáár speelt zich het echte gevaar af. Wij zouden dit aanduiden met ‘systemisch’, maar dat bedoelt hij niet zozeer, vermoed ik. Ik moest hierbij denken aan de ‘banaliteit’ van het kwaad: het wel weten, maar de andere kant uitkijken (Arendt). Het racistische kwaad heeft volgens Tisby drie kleuren: groen, wit en rood.  Groen staat voor het diepste fundament van het racisme: ‘greed’, hebzucht. Deze vorm van racisme bezuinigt op de personeelskosten (de grootste post van elk bedrijf/organisatie). Slavernij, en in haar kielzog alle ellende die de zwarte slaven is overkomen, is een ordinair verdienmodel met hoge winsten en lage kosten. Wit is de kleur van de blanke superioriteit. Mooi vond ik dit voorbeeld. Tisby gaf aan dat er tijdens zijn studie veel aanbod aan ‘theologie’ voorhanden was. ‘Daarnaast’ was er ‘ook nog’ black theology en latin theology. Kortom: wit is de norm, overal in de VS. Tot slot, rood staat voor bloed, geweld. Zijn voorbeelden waren helaas overbekend, zoals ook beschreven in Colson Whiteheads indrukwekkende ‘The Underground Railroad. Van dit heftige verhaal moest ik dus even bijkomen.. 

Gelukkig zijn er hoopvolle initiatieven. De docu 11 AM: Hope for America’s Most Segregated Hour is een mooi voorbeeld. Dit gaat over de ‘Urban Doxology Band’, samengesteld uit musici van diverse kleur en achtergrond. De leden worden gevolgd tijdens bijeenkomsten en concerten. Worship is er niet alleen voor God, maar het vormt je, het is een middel om tot verzoening in de samenleving te komen. Als je niet kunt vieren met mensen die anders zijn dan jij, als het je blik niet verruimt naar anderen en andere inhouden toe, dan betekent het niets. De vraag is dus:  ‘What is worship look like for the urban context ?’ Het is soms ontroerend deze jonge mensen te horen praten over ‘racial reconciliation’. Ze zongen er ook over, hoewel ik het feit dát ze samen zongen nog waardevoller vind dan de mooie ‘lyrics’. 

Denk eens aan onze eigen kerken: hoe ‘wit’, hoe weinig Spaanstalig, Afrikaans, Oosters. Ik bedenk me dat vernieuwing niet zit in nieuwe liederen met andere (multi-culti-) inhoud, maar in het samen op het podium staan. In dat geval voldoen de teksten van de oude psalmen nog prima. Die zijn trouwens ook helemaal niet ‘wit’. Bij deze film is ook een interessant interview geplaatst dat John Witvliet had met David Bailey, executive director van Arrabon (Grieks voor onderpand), een organisatie die streeft naar verzoening in de samenleving en daarvoor trainingen aanbiedt. In een ander interview, met de psychologe Christine Edmondson (Faithful Anti-Racism and the Christian Life) gaat het ook over worship. Mooi detail: een interview dat begint met een eenvoudig gebed. Kom daar bij de NPO eens om. Worship heeft alle ingrediënten om racisme tegen te gaan. De redenatie is: we zijn samen in Christus gedoopt, dus komen we op voor de Mexicanen in de kooien bij de grenzen. Antiracisme moet gewoon worden in leiderschapstrainingen in de kerk: “learning to empathise”.  Want “denial is the life blood of racism”.  

De kerk is natuurlijk in haar geheel geroepen tot die bediening van de verzoening en ze heeft in haar kloppende hart – haar vieringen – veel potentie daartoe. Dat laat dit symposium zien. Die weg is heel lang en lastig , maar vooral in de muziek hebben we een geweldig instrument ter beschikking. Zoals een van de leden van de band zei: “Music is a huge way of beginning that journey”.. 

Een ander ‘tegengeluid’ komt van de Canadese klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe. Zij is hoogleraar aan de Texas Tech University en een vrolijke en gedreven voorvechtster voor klimaatverandering. Time Magazine zette haar in 2014 op hun lijst met 100 meest invloedrijke personen ter wereld. Een slimme dame, die ook evangelisch christen is. Dat levert bij sommigen gefronste wenkbrauwen op. Evangelische christenen staan niet bepaald bekend om hun klimaatbewustheid, maar zij vertegenwoordigt duidelijk een andere stroming. Ze krijgt veel haatmails maar die lijken niets af te doen aan haar aanstekelijke enthousiasme. Zij werd in een interview (All Creation Groans) bevraagd over haar ideeën en de plaats van schepping en klimaat (change) in onze worship. Haar analyse is dat een deel van het evangelische christendom niet zozeer een bijbels maar een nationalistisch geloof aanhangt. Men verwart geloof en christen-zijn met nationalistische drijfveren. Ze wijst in dit verband op het boek van Mark A. Noll, ‘The Scandal of the Evangelical mind’

Het thema ‘schepping’ zou een belangrijke(re) plaats moeten hebben in onze erediensten. Daartoe zijn al heel wat (“maar nog te weinig”) ‘resources’ voorhanden. Ze noemt onder andere de initiatieven Climate SundayInterfaith Power & Light en ‘The Evangelical Environmental Network’ (‘a ministry that educates, inspires and mobilizes Christians in their effort to care for God’s creation’). Meer verwijzingen vind je op de webpagina van dit item en die van de genoemde initiatieven.       

In het symposium aanbod zitten veel vieringen. Normaliter spelen vieringen op het symposium in Grand Rapids een belangrijke (voorbeeld-)rol, maar nu is het aanbod echt wereldwijd. Ik noem een paar plaatsen: Dublin, Buenos Aires, Hong Kong, Cairo, Beirut, Singapore, Brazil, naast een aantal plaatsen verspreid over de VS.  

Muzikaal het meest onder de indruk was ik van de Worship with Seminario Internacional Teológico Bautista in Buenos Aires. Opgenomen in de fraaie bibliotheek was ik getuige van heel professionele muziek en musici. Zij speelden diverse stijlen, maar ademden vooral de energieke ‘Latin’ geest uit. Dat ritme en die lekkere zwoele akkoorden! De vraag die bij mij dan steeds weer naar boven borrelt is waarom wij in onze liedboeken zo weinig ‘wereldliederen’ hebben. Deze viering werd ingeleid met “Music is very important, a great instrument, but the Lord is the great Musician that unites us around the world”.  De viering begon met een prachtig verstilde a capella versie van het aloude Veni Emmanuel. Op de laatste toon nam de gitarist het over (het beeld switchte naar een buitenplaats en kwam toen weer terug) en volgde een instrumentale ‘Call to prayer’. Dat begon rustig maar werd al gauw ritmisch en ging over in het swingende ‘Hemos Venidio’ (‘We have come to exalt you’). Het duurde iets meer dan 10 minuten, maar dit was een juweeltje van een blokje liturgie met een sterke verhaallijn en afwisselende muziek, naadloos gelast. Een uitstekend voorbeeld van wat ik altijd ‘narratieve liturgie’ noem. Dus niet een liturgie-met-verhalen, maar de liturgie en muziek zélf zijn verhalend ‘gecomponeerd’ (als ik dat laatste woord mag gebruiken). Bijzonder ook om op deze plaats (het Kyrie?) een instrumentaal deel in te voegen. Dit geeft heel veel rust en gelegenheid tot bezinning. Het sterkt me ook in mijn overtuiging dat we minder moeten praten in de dienst, minder hort-en-stoot-liturgie moeten bedrijven én dat predikanten niet zonder musici kunnen en andersom. Overigens, op andere momenten zijn mijn ‘overtuigingen’ ernstig aangetast dit symposium, maar dat terzijde..    

In Dublin (Worship at Holy Trinity Rathmines Church in Dublin, Ireland) werd je door Rev. Rob Jones welkom geheten in een grote kerk uit 1827.  “We love to merge old and new together… We value diversity, but in the midst of that our unity in Christ is so important”. De kerk omvat diverse bloedgroepen zoals we die ook in ons land tegenkomen. Ik verwachtte een wat traditionele dienst met een lekker groot orgel. Het symposium laat heel wat vieringen zien met allerlei vormen van CWM (contemporary worship music), maar hier in deze grote kerk zou ik – als orgelliefhebber – op een andere manier aan mijn trekken kon komen. Dacht ik.  Helaas….of toch niet? De dienst opende met een vrolijke groet en welkom door allerlei kinderen die buiten spelend waren gefilmd. Dat is nog eens wat anders dan een welkom en ‘mededelingen’ die met begrafenis-toon en in een strikt protocol worden voorgelezen. En toen, na een korte schriftlezing,  stond daar het ‘Discovery Gospel Choir’ (ook weer gemengd van kleur) en opende werkelijk bloedstollend met ‘O Nzambi. Kleurrijk en professioneel. Dit lied is eigenlijk een ‘respons-lied’, deels gescheiden en deels door elkaar gezongen. Wat zou het leuk zijn als we meer van dit soort flitsende liederen met deze vormen in onze diensten hadden! Het lied Ye Kiwidi Ba Samba Ko’ (taal: Kongo) was ook bijzonder, visueel en muzikaal. Het op zich rustige lied zelf zou zonder meer ook in een Nederlandse kerk gezongen kunnen worden, al dan niet met begeleiding (in elk geval percussie). Het verrassende tintje was de soliste die soms afwisselend en soms tegelijk met het koor een woordloze melodie zong. Ik moest denken aan de Nigun, een woordloze gebedsmelodie in de joodse muziek. Deze bijzondere vorm van respons raakte me nogal, samen met de tekstinhoud. Dit overstijgt de muziek als zodanig: het is het léven zelf! Zo kan muziek in de kerk (ook) zijn! Het sterkt me in een andere overtuiging: dat we niet zozeer behoefte hebben aan alleen maar nieuwe liederen – en zeker niet aan weer nieuwe teksten op oude bekende liederen – maar ook aan nieuwe vormen en muzikale vrijheden. Naast alle muzikale pracht en praal kwam de voorbede overigens heel eenvoudig en ongedwongen uit een keuken waar jonge mensen van The Haven Community ze uitspraken. Dat was dezelfde kerk.. 

Op dit moment zijn we bijna tot op het bot lock-down gegaan in de kerk. Er wordt zelfs niet meer gezongen en je vraagt je af wat er dan nog te filmen valt, behalve de predikant. Ik bedacht me dit terwijl ik zat te kijken naar Worship with Singapore Bible College. Veel afwisselende beelden (en muziek), maar heel weinig mensen zelf in beeld gebracht. Een filmische liturgie. En dat kan. Was ik in Buenos Aires muzikaal onder de indruk, hier kwam de ‘flow’ (beter: ‘spanningsboog’) van de liturgie binnen. Een viering van 40 minuten over Psalm 29, een viering met min of meer één doorlopende lijn en een boodschap die door alle onderdelen heen klonk. Ik sloot af met een heel duidelijke indruk: wat een spanningsvol  contrast tussen enerzijds de machtige God die de donder laat rollen, de ceders van de Libanon splijt, de woestijn doet beven (maar ook: de bedreigende God) en anderzijds de God die klein is en je omarmt te midden van dat alles. Prachtig kwam dit naar voren in twee opeenvolgende liederen van Eileen Berry/Joanna Anderson en Dan Forrest: God of the Deep en  The Lord of the Small.  “The Lord of the Deep is also the Lord of the small”.  Zo wil ik wel elke keer uit de kerk komen, met een sterke indruk dat je God kunt vertrouwen zonder dat dit in mindering komt op alle moeilijke vragen en verdriet dat er leeft. Heel actueel dus. 

De viering begon met een prachtige declamatie van de Psalm en een gezongen oosterse melodie. Stemmen wisselden elkaar daarna af en spraken door elkaar met op de achtergrond muziek (een soort hoorn). Er werden passende beelden uit Azië getoond die dit ondersteunden.  In feite was de ‘preek’ (‘narration’) ook zoiets. Steeds werd een vers voorgelezen door een student en werd er een vrij poëtische uitwerking van gegeven tegen een fotografische achtergrond. Bijbeltekst en uitwerking (preek) wisselden elkaar per vers af. Je mag dit geen Lectio Divina noemen, maar het brengt de woorden van de Schrift wel heel dichtbij zo. Traditionele muziek en CWM werden in een fraaie muzikale flow afgewisseld. Mooi was het slot: een simpel lied God is So Good, afgewisseld met tekst, beeld en neuriën dat naadloos overging op de traditionele hymne What God Ordains is Always Good – en weer terug.  

Ik zit te kijken naar een tafel in een wat grote huiskamer. Ze ligt vol herkenbare rotzooi en weerspiegelt allerlei tafels in de wereld waarop laptops (werk, huiswerk kinderen), papier, vaasjes, snoeren, koffiekopjes, mobieltjes, snoeptrommels, pennen, boterhammen om voorrang vechten. Ik zie handen – van links en van rechts – die de tafel langzaam en bijna onmerkbaar van hun chaos ontdoen en ‘muteren’ tot een eenvoudige avondmaalstafel. God in het dagelijkse en gewone leven, in de keuken. Ik hoor twee Spaanstalige kerkhistorici over de Eucharistie van de eerste christenen zeggen: “If we had more sense of the community and the communal we would tolerate more diversity”. Op dit moment komt er überhaupt van het gemeenschappelijke weinig terecht, denk ik ondertussen. Het is doodstil. “This corona is no blizzard, but .. winter. And I, I write my own psalm of lament”, zegt Andy Crouch.  

In de vroege kerk zat het gemeenschappelijke niet zozeer in het samen-zijn, maar in de vaste tijden waardoor je verbonden was met het lichaam van Christus. Dat gold toen en ook nu nog voor vele christenen wereldwijd die niet bij elkaar kunnen komen zonder bedreigd of gedood te worden. Ik log uit – uit de ruimte van de website en de tijd. Boeiende weken. Ik bedenk me dat God’s heiligdom overal is, ook in mijn studeerkamer. Altijd. 

Er kwam natuurlijk nog veel meer aan de orde. Bijvoorbeeld het boeiende interview (Fresh Look at Designing Worship for Workers) met Matthew Kaemingh en Cory Wilson naar aanleiding van hun boek ‘Work & Worship. Cindy Bubberman zal hier in een volgend artikel op terugkomen.  

___________________________________________________ 

Voor meer informatie over het CICW: zie https://worship.calvin.edu/  

Over het symposium 2021 is op de website veel terug te vinden, niet alleen de lezingen/interviews en vieringen, maar ook Podcasts en  een Global Psalm Gallery met 34 ‘crowd sourced’ psalmen.  

De symposium content vind je op twee manieren: 

Uiteraard vind je in de ‘Resources’ ook een ruim aanbod aan ander materiaal. 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *