Pinkstercantate – een ‘muzikaal ontwerp’

pinksterduifHet onderstaande is een ‘vormoverzicht’ dat hoort bij een blokje van drie liederen die met Pinksteren gezongen zouden kunnen worden. Het zijn drie redelijk bekende liederen, in elk geval niet moeilijk om mee te zingen. (auteur: Kees van Setten, dit artikel is in iets eenvoudigere vorm eerder gepubliceerd in mei 2013). 

 

 

 

 

De liederen samen bevatten een ‘verhaallijn’: 

  • de Geest is allereerst de Geest van de schepping, de Ruach die ‘broedde’ over de tohuwabohu, de oervloed. Het is de Geest die leven schept en levend maakt. Dat ‘broeden’ is in dit lied (Een vogel, ze broedt, Iona I-29) prachtig weergegeven op een prachtige, wat dansante melodie. Het lied eindigt in het 4e couplet met het oude gebed om de Schepper-Geest (‘Kom, heilige Geest, stuwkracht…’).
  • Sindsdien verkeert de schepping echter ook in barensnood en wordt om die Geest hartstochtelijk en met pijn gesmeekt (epiklese): Veni Creator Spiritus (ELB 151). Dit lied is een verzuchting en wordt ingeleid (al dan niet muzikaal begeleid) door het lezen van een deel van Romeinen 8.  Het is geschreven in de Taizé-stijl. Je kunt het dus biddend een aantal malen na elkaar zingen.
  • Na een korte overgang komen we uit bij LB 675 (Geest van hierboven). We zingen het 1e couplet heel langzaam, als een gebed. Daarna (de muziek speelt zacht door) volgen er lezingen uit Jesaja 44 en Ezechiël 36, lezingen van hoop.  De Geest was er als broedend op het water in het begin, maar nu leven gevend aan het naar water snakkende droge land. Ze verdringt ons stenen hart en schrijft de Tora in ons hart. Veelbetekenend, want in de joodse traditie is het pinksterfeest (Sjavoe’ot – wekenfeest) het feest van de wetgeving op de Sinaï. We sluiten af met het up/à-tempo zingen van vers 2.

Je kunt er ook voor kiezen om de genoemde teksten na het Veni Creator te lezen en daarna in zijn geheel LB 675. In dat geval wil je wellicht het tempo van c.1 wijzigen.

In het vorm-overzicht, bedoeld is voor de musici en de (evt.) zangleider, is alles wat ‘stenografisch’ opgenomen. Er worden dynamische tekens vermeld, die niet alleen bedoeld zijn voor de begeleiders, maar juist ook voor de gemeente. Je kunt ze (p, f..) opnemen in de liturgie (gedrukt/beamer). Ook wordt aangegeven wie wanneer speelt. Niets is zo geestdodend als dat de hele muziekgroep steeds meespeelt!  

 

VORMOVERZICHT (t.b.v. zangleider/musici)

Item Uitvoering
Intro,Genesis 1: 1-5 Orgel: bourdon (E in pedaal);  piano of gitaar: improvisatie (in e).Na ongeveer 10 sec. lezen tekst Genesis
Iona 29 –Een vogel, ze broedt – couplet 1 solo (met piano)- couplet 2: alleen vrouwen. Piano + orgel manualiter- couplet 3: mannen.  Dansant  + fluit improv. Djembé en eitje.- couplet 4: allen f.    Orgel: +ped.  + trompet- piano maakt overgang
Romeinen 8: 18-23 Tijdens piano (gitaar) improv.: lezen tekst uit Romeinen (weer na enkele sec.)
ELB 151 / Opw 319 –Veni Creator Spiritus – 1e  p  Orgel (man.) en piano- 2e  mp   + fluit (improv.)- 3e  f    Orgel: +ped.  + hobo- 4e  p    Alleen piano- piano maakt weer (korte) overgang
LB 675 – Geest van hierboven     couplet 1 langzaam zingen (als een gebed/epiklese)Orgel en piano (arpeggio’s)
Jesaja 44: 3-4 /Ezechiël 36: 25-28 Na c.1:  zachte piano-improv. en lezing teksten Jesaja en Ezechiël
(LB 675) – couplet 2 à tempo.+fluit/trompet en percussie (pauken of djembé).

 

Een idee, enigszins out-of-the-box:

 

We zijn het gewend om dit soort liederen, inclusief schriftlezing, vóór de preek te laten zingen. Hoe zou het zijn als er eerst een preek (over dit onderwerp) zou zijn en daarna deze trits liederen? Zouden de liederen (en de teksten) anders klinken, bewuster gezongen worden?

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *