Reflectie op een liturgisch fragment

brood_brekenOp zaterdag komen we allemaal naar de kapel. Het is tijd voor een symbolisch moment, waarop we een voor een naar voren mogen komen, om een stukje brood van een bol af te breken. We houden ons stukje omhoog in de richting van het kruis, en benoemen iets uit ons leven dat opgeruimd moet worden. Grote en kleine dingen komen voorbij, maar iedereen heeft wel wat. Het is een spannend moment, de stilte is om te snijden. Maar er gaat ook rust van uit. Opluchting. Na afloop wordt het mandje met stukjes brood door de pastor aan de voet van het kruis gezet. Er komt een ander mandje voor in de plaats, met een nieuwe bol brood. De pastor pakt het en breekt het in tweeën. ‘This is my body … broken for you.’ In de stilte vieren we het avondmaal.[1]

Ik las dit fragment onlangs in het Nederlands Dagblad. Het is een moment van de andere kant van de wereld. Toch past het qua aanpak in principe bij wat EredienstCreatief voorstaat. Qua aanpak: zoek in een concrete situatie naar mogelijkheden om het oude ritueel een nieuwe, actuele zeggingskracht te geven. Uit zichzelf doet dat het niet zonder meer. Zo kan ik me goed voorstellen dat in de retraite waarin dit plaats vond een Avondmaalsviering zonder meer beduidend minder zeggingskracht zou hebben gehad. Allerlei elementen zijn bekend. Het breken. Het kruis. De woorden. Door de herschikking krijgen persoonlijke ervaringen nadrukkelijk de ruimte om in de viering van het Avondmaal te worden opgenomen. En het werkt. De auteur besluit zijn column en dit fragment met de volgende zinnen: ‘Naast de wijnbeker staat een doos tissues. Ik heb nog nooit zo veel mannen op hetzelfde moment zien snotteren. Zeker niet in Hongkong.’

Verdubbeling?

Bij een experimentele aanpak als deze hoort ook reflectie. Het gaat om grote woorden. Het gaat om het heil zelf. Zelfs als het werkt of lijkt te werken, betekent dat nog niet zonder meer dat het goed is. In dit fragment valt me vooral de verdubbeling op. De deelnemers aan de conferentie breken een stukje brood van een bol af. De pastor breekt later een nieuw brood. Dit nieuwe brood moet het nieuwe begin accentueren. Toch valt het ritueel hiermee onwillekeurig in tweeën uiteen. Eerst breken de deelnemers en vullen dat met hun ervaringen. Daarna breekt de pastor en vult dit met Christus, Zijn weg in het laatste Avondmaal en aan het kruis. Onbedoeld bevestigt de auteur de tweedeling in zijn beschrijving: ‘In stilte vieren we het avondmaal.’ De eerste handeling was geen avondmaal, of in ieder geval nog niet echt. De tweede is dat wel.

De tweedeling in het ritueel kunnen we op verschillende manieren benaderen. Ik begin met de benadering die het dichtst aanligt tegen de beschrijving. De eerste handeling is dan als het ware de opmaat voor het avondmaal. Het functioneert als een soort van opstapje. Op zich hoeft dat geen bezwaar te zijn. In een traditionele kerkdienst zijn er ook verschillende momenten die als het ware een opstapje vormen om avondmaal te vieren. In de calvinistische traditie is dat de zogenaamde voorbereidingsdienst, een week tevoren. Het kan echter ook in eenzelfde dienst, door een indringende, toeleidende preek, en/of door (gebeds)teksten die aan de communie vooraf gaan. Ze verdiepen de ervaring van het delen van brood en wijn in Jezus’ naam.christopsomo

De tweede benadering komt eigenlijk als vanzelf op uit een vraag die hierbij te stellen valt: doe je in feite toch niet twee maal hetzelfde? Het breken van het brood wordt twee keer geplaatst in het teken van het kruis. In eerste instantie doen de deelnemers dat: zij verkondigen op indringende wijze de dood van de Heer (vgl. 1 Kor. 11: 26). In de tweede instantie de pastor.

De derde manier om naar het ritueel te kijken is tot slot deze: de tweede handeling is een bevestiging van de eerste. Het avondmaal is als het ware een illustratie bij het breken van het brood in het licht van het kruis.

Andere aanpak

Theologisch gezien lijken me de tweede en derde optie minder gewenst. Het gevaar is groot dat alle nadruk komt te liggen op de persoonlijke ervaring en dat het unieke werk van Jezus Christus op de achtergrond raakt. Ik zou er daarom voor willen pleiten de twee momenten uit het fragment in elkaar te schuiven, zodat ze niet zo makkelijk uit elkaar gespeeld kunnen worden. Dat kan globaal op twee manieren. De eerste manier blijft dicht bij het hier geschetste ‘origineel’. De pastor pakt niet een nieuw brood, maar breekt verder van het aanwezige brood. In dat geval vormt het breken van de deelnemers een opstapje, maar is het één beweging waarin het gebroken worden van Christus opgenomen is. Het onderstreept de incarnatie: Hij is onder ons komen wonen, Hij is de weg van ons mensen gegaan, ten einde toe, om verlossing te brengen. In de tweede aanpak die ik zou willen voorstellen draait de volgorde om. Het begint met ‘avondmaal’, de pastor die voor(op)gaat met het breken van het brood. Vervolgens breken de deelnemers, houden het stukje brood in de richting van het kruis en benoemen wat hen dwars zit. Het accent ligt in dit geval op de weg die Jezus gegaan ís. Aan beide manieren van aanpak zitten voor- en nadelen. Ik noem er enkele. Bij de eerste manier wordt de deelnemer en zijn inbreng voluit serieus genomen. De vraag blijft: komt hij of zij als het ware nog wel toe aan Christus? Bij de tweede manier kan het zijn dat de deelnemer juist niet meer aan zichzelf toekomt, zeker als zij of hij opgaat in de overgave van Christus die in het avondmaal present gesteld wordt. De kans is aanwezig dat de betrokkene in dat licht niet goed meer voor de dag durft te komen. Is jouw persoonlijke probleem geen futiliteit als je die naast de weg van Jezus legt?

Het mooie van het fragment uit Hongkong vind ik dat het tot nadenken aanzet. Ik wil vanuit dit fragment nog eens kijken naar onze eigen manier van avondmaal vieren. Per viering verschillen de accenten, maar de verschillen zijn wel erg genuanceerd. Het kan soms best geprononceerder, explicieter. Ik ben benieuwd wat anderen van dit fragment en deze reflectie vinden.

 

Klaas-Willem de Jong

 

[1] W.J. de Hek, ‘Sporen van het koninkrijk’, in: Nederlands Dagblad nr. 18.817 (10 januari 2015).

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *