(Un)plugged

‘De protestantse liturgische traditie is als een huis met veel mogelijkheden tot stopcontacten. De bedrading en de elektriciteitsdozen zitten echter achter het pleisterwerk. Er zouden veel meer gebruikt kunnen worden. Anders gezegd: inpluggen op de mogelijkheden die er zijn.’

Unplugged

Unplugged

Een citaat van Kees van der Kooi tijdens een workshop op het congres’Veelkleurig vieren.’ Eind maart waren zo’n 150 mensen bijeen in een klooster in Huissen. Twee dagen lang werd er nagedacht over en geoefend met verschillende vormen en stijlen van liturgie – theorie en praktijk met elkaar verweven. Een heerlijk congres! Inspirerend en stevig gefundeerd.

Fundamenteel
Dat laatste was voor mij een mooi winstpunt, Gesprekken over (vernieuwing van de) liturgie ontlopen nogal eens de diepere fundamenten ervan. Vaak gaat het in die gesprekken over een beetje meervan dit of minder van dat: wat meer Opwekking
en wal minder zware psalmen of Liedboekliederen, het vermijden van oud taalgebruik en het gebruik van meer instrumenten. Ergens zit er angst om over de diepere lagen te spreken. Het wordt dan gelijk zo zwaar en fundamenteel. Onder gereformeerden voel ik weerstand om in dat ‘zware’ vaarwater te komen. En dus vermijden we het. En
ondertussen ‘doen we maar wat.’ Hoofdspreker op het congres was John Witvliet, directeur van het Calvin Institute of Christian Worship (CICW), en hoogleraar aan het Calvin College en Calvin Theological Seminary in Grand Rapids. Een veelzijdig theoloog én musicus die vele publicaties over liturgie, muziek en eredienst op zijn naam heeft staan. Opvallend genoeg werd er met name door hem een stevig Bijbels gereformeerd verhaal neergezet. En verrassend genoeg was dat robuuste geluid heerlijk om naar te luisteren.

Dynamiek
Waarom haakte hier niemand af? Natuurlijk, op het congres waren naast getalenteerde muziekgroep vooral gemotiveerde mensen aanwezig. Maar er was denk ik nog iets anders aan de hand. Te gemakkelijk wordt de vorm, de stljl van de eredienst die gereformeerden jarenlang hebben gebezigd, tot een principe verheven. Zo moet het, dit is dé manier waarop wij God behoren te vereren. En als die stijl niet aansluit bij wie jij bent, dan heb je pech. De beweging is dan – onbedoeld wellicht – van de vorm/stijl naar de fundering.

Op het congres werd de omgekeerde beweging gemaakt, van de fundering naar de vorm. En dan blijken er plotseling heel veel ongebruikte ‘stopcontacten’ te zijn. het meest geweldige nieuws, de waarheid van de Drie-enige God, mag veelkleurig, uitbundig en ingetogen gevierd worden. De creativiteit van de Geest mag (=moet) benut worden om God te eren als de Schepper van creativiteit. Niet voor niets heette het congres ‘Veelkleurig vieren’. Anders gezegd, plug in op de mogelijkheden die de Geest geeft. En daartegenover, plug ook eens uit. Niet altijd uitbundig maar soms juist ook ‘unplugged’ musiceren en ingetogen zingen.

Er werden zeer praktische en direct toepasbare tips gegeven, zoals bijvoorbeeld: geef via de beamer aan hoe je de verschillende verzen van een lied gezongen wilt hebben: voluit (forte), zacht (piano) of ingetogen (mezzo forte). Dat kan zelfs per regel: een nieuwe dynamiek in het zingen en musiceren. Dat veronderstelt wel een goed tijdig overleg tussen de voorganger en de muzikanten. Het aanleveren van het ‘psalmenbriefje’ op zaterdagavond is de nekslag voor de muzikale creativiteit in de liturgie.

Herhaling
De mooie inhoudelijke basis werkte ook verbindend. Verschillende stijlen werden gepraktiseerd. Zoals het zingen van een Geneefse Psalm op Jazz-akkoorden. De prachtige koningspsalm 72 met rijke inhoud afgewisseld met de verzen van Opwekking 637. Het werd heel mooi duidelijk hoe deze twee vormen elkaar aanvulden. De eenvoudige tekst van Opwekking kreeg diepe inhoud vanjuit de psalm. De mooie belijdende psalm kreeg een existentiële oproep: ‘Erken nu zelf deze Koning!’

Mooi vond ik ook de korte gezongen teksten uit Taizé. Eenvoudige muziek met veel herhaling. Werd daardoor een bepaald gevoel opgeroepen? Ja! Was dat erg? Nee! Het zijn gezongen regels vol aanbidding die juist door de herhaling steeds dieper binnendringen. Het is het opwekken en laten wakker schudden van je jezelf, je eigen droge geest laven aan de bruisende geest vol levend water. Zoals je bij een kunstwerk er omheen kunt lopen en steeds meer onder de indruk raakt, terwijl je toch telkens hetzelfde ziet.

Het meest indrukwekkend was de lezing van Psalm 88 afgewisseld met de verzen van Opwekking 268: Hij kwam bij ons heel gewoon. De psalm begint met dat ene zinnetje waarin hoop doorklinkt Heer God, mijn redder. Maar dan gaat regel na regel het licht uit. het eindigt met de donkere zin: mijn enige metgezel is de duisternis. Hoe kun je dit zingen? Is er nog hoop? We weten en geloven dat Jezus de vervulling is van het Oude Testament. Jezus leefde zelf deze psalm. Hij stierf aan deze psalm. En dan gaat bij lezing van dit donkere lied toch voorzichtig weer licht schijnen. Tussen vers 9 en 10 zongen we Opwekking 268:1 en 2, aan het eind Opwekking 268 vers 3 en 4. Ik wist meteen waar ik op Goede Vrijdag over ga preken…

Inhoudelijk en inspirerend tegelijk! Heerlijk om mee te maken.

Bron: De Reformatie, maart 2011. Tekst: Jaap van den Bos


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *