Verbindend vieren. Blended Worship: ook voor evangelikalen?

soteria20101_160In Soteria, Kwartaalblad voor evangelisch theologische bezinning, verscheen eind 2013 in een themanummer over muziek onderstaand artikel van Kees van Setten. Het is een pleidooi om jezelf niet te beperken tot een muziekcultuur, maar met de liederen ook de verbondenheid met andere culturen, tijden en plaatsen vorm te geven. Het artikel is met toestemming overgenomen. Ook de andere artikelen van het themanummer (4/2013) zijn zeer lezenswaardig, losse nummers zijn te bestellen op www.soteria.nl .

 

In april 2013 verscheen onder redactie van Klaas Willem de Jong het boek Verbindend Vieren. Spelen met vormen en stijlen in de eredienst.[1] Het boek poogt allerlei opvattingen met betrekking tot wat in de Verenigde Staten als blended worship bekendstaat, te vertalen naar de Nederlandse situatie. Het is tevens een eerste poging in het Nederlands taalgebied om hiervoor een liturgisch-theologisch kader aan te bieden. Kweekvijver voor het boek was de werkgroep EredienstCreatief die zich reeds geruime tijd bezig houdt met dit thema, onder andere in symposia en op een website.[2] De auteur van dit artikel heeft zowel bijgedragen aan de bezinning in de werkgroep als aan Verbindend Vieren.

 

Waar moet je aan denken bij blended worship? In elk geval niet aan een ‘mono-cultuur’, een eenvormige liturgie[3] of dito liedcultuur, passend bij een sterk geprofileerde denominatie. Blended worship betekent het vermengen, integreren van diverse liturgische vormen en stijlen, bijvoorbeeld de klassiek-gereformeerde en de charismatische. Het is je aansluiten bij allerlei christelijke stemmen uit de geschiedenis en je tegelijkertijd verstaan met de contemporaine geloofsbeleving. Blended worship weerspiegelt de gemeenschap die naar haar aard pluriform is. Het is een antwoord op onvruchtbare polarisaties, zoals die optreden in de ‘worship wars’. Het is ook gebruik maken van diverse en uiteenlopende liedculturen en muzikale stijlen. Het is spelen op verschillende instrumenten, variërend van de klassieke instrumenten, inclusief orgel, tot en met de instrumenten die thuishoren in een band.

Tijdens de presentatie van Verbindend Vieren op 19 april in Maarssen kwam de kritiek dat deze bezinning op blended worship nogal een PKN-feestje was: het boek is in die context geschreven. Graag neem ik in dit artikel de handschoen op om de vraag te beantwoorden of dit thema ook evangelikalen iets te zeggen heeft, met name diegenen die hun geloof beleven buiten de traditionele kerken.

 

Evangelische liturgie

De liturgie in een evangelikale samenkomst zelf is meestal tweepolig: een deel lofprijzing en aanbidding en een deel preek. Evert van der Poll noemt dit het ‘kameel-model’.[4] Er zitten inmiddels barsten en breuken in dit model. Sommige groepen vinden lofprijzing en aanbidding zo belangrijk dat dit de rest, inclusief de preek, in de schaduw stelt – een terugkeer tot het ‘dromedaris-model’ dus. Zij zien dit als het summum van geloofsleven en liturgie. Het zingen, al dan niet in tongen, is ‘a cathedral of sound’, een ‘sabbath of speech’.[5] De aanbidding is feitelijk een (hét) sacrament geworden, zoals de eucharistie – ‘dankzegging’ – in de Catholica. Maar hoe waarderen we deze ontwikkeling? Hier en daar in de evangelische wereld in ons land klinken geluiden dat er meer nagedacht zou moeten worden over liturgie, het soort liederen dat je zingt (de teksten!), de samenwerking tussen voorganger en zangleider, enzovoorts. Zoals er in de historische kerken verlegenheid is (was) met de opwekkingsbewegingen, zo zie ik nu omgekeerd enige verlegenheid in evangelikale kringen. Mondjesmaat, maar toch.

In 2009 begeleidde ik een afstudeeropdracht van twee CHE-studenten. Zij hebben onderzoek gedaan naar de visie van voorgangers in diverse denominaties op liturgie en de vormgeving van de evangelische samenkomst.[6] De uitkomst van hun onderzoek is dat evangelische voorgangers bezinning op liturgie best wel belangrijk vinden, de Unie-Baptisten voorop. Een van de knelpunten betreft echter dat deel van de dienst dat het meest wordt gewaardeerd (ook door kerkverlaters): de zangdienst. Er is nauwelijks overleg tussen de voorganger, degene die de preek doet, en de zangleider. Vaak komt dat toch goed door ‘de werking van de Heilige Geest’, vinden ‘tevreden’ voorgangers. Een ander knelpunt is de (ondermaatse) kwalificatie van de zangleider. Tot zover het onderzoek.

In de evangelische beweging is er inmiddels meer aandacht gekomen voor theologische verdieping (Soteria is daar al jaren een voorbeeld van), maar op liturgisch en kerkmuzikaal terrein is dat veel minder. In de opleidingen is het een blinde vlek. Dit gebrek aan bezinning in evangelikale kring op de vormgeving van de liturgie heeft wellicht ook te maken met een afkeer van het verleden en de stijl van de traditionele kerken. Inmiddels is er in de evangelische hoek[7] nauwelijks nog een kerk te vinden waar orgel gespeeld wordt. Een orgel wordt geassocieerd met sombere en saaie momenten, net zoals de beroemde aria uit de derde orkestsuite van Johann Sebastian Bach geassocieerd wordt met begrafenissen (terwijl die suite toch echt in een andere context is geschreven!). Dit geldt ook voor de oude en ‘stoffige’ Geneefse psalmen zelf: ze worden dan ook eigenlijk niet meer gezongen. Trouwens, de meeste hymnen uit de geschiedenis van de liedcultuur ontbreken sowieso in de evangelische samenkomst. Op het gevaar af van generaliseren: er worden meestal uitsluitend opwekkingsliederen en dergelijke gezongen, begeleid door de band – piano, gitaar, bas, drums. Stijl, vormen en sfeer zijn ‘eigentijds’. Maar is ‘goede’ liturgie alleen die liturgie die zich naadloos aansluit bij het huidige tijdsgevoel? Waar is liturgie eigenlijk goed voor en kunnen we daarbij de wijsheid en inspiratie uit het verleden inderdaad wel missen? Is de gesignaleerde blinde vlek voor de theorie van de liturgie eigenlijk wel een probleem gezien het feit dat de evangelische beweging in haar huidige vormen floreert, Opwekking zijn duizenden verslaat en voorgangers ‘tevreden’ zijn? Voordat we ‘verbindend vieren’ aan de orde stellen, sta ik eerst stil bij deze vraag.

 

Tegenstemmen van binnenuit

In de jaren ’80 en ’90 klonken in de VS voor het eerst kritische geluiden over de evangelikale liedcultuur en de vormgeving van hun samenkomsten. Voor een deel kwamen die uit wat wij de ‘liturgische beweging’ noemen, voor een ander deel echter uit de evangelikale wereld zelf. Of op zijn minst uit kringen die daarmee affiniteit hebben. Enkele van deze stemmen wil ik aan de orde stellen.

 

Marva Dawn

Bij de Amerikaanse Luthers-evangelikale theologe Marva Dawn[8] kwam ik voor het eerst het begrip worship wars tegen als term om de spanning te omschrijven tussen de cultuur en theologie van enerzijds de praise and worship movement (contemporain) en anderzijds die van de traditionele, meer liturgische kerken en bewegingen. Zich baserend op exotische titels als Amusing Ourselves to Death (Postman) loopt haar cultuurkritiek parallel aan haar kritiek op wat er gebeurt in de kerk. Entertainment is in, ook in de kerk. Zij verzet zich tegen de laagdrempeligheid van de ‘seeker-sensitive’ kerken en hun liedcultuur. Delen van de evangelikale wereld gooien kostbaarheden uit de cultuur en de kerkgeschiedenis overboord en wat overblijft heeft niet alleen weinig niveau (‘dumbing down’) maar is ook minder geschikt om theologische inhouden goed over te dragen. De lofprijzing beschrijft eerder het gevoel van de lofprijzer dan het karakter van God. Er wordt daarnaast een valse tegenstelling gecreëerd tussen traditie en creatieve vernieuwing. Stalen traditie houdt de vernieuwing tegen, luidt de ‘traditionele mythe’ van de anti-traditionalisten. Maar niet de traditie is het probleem, alleen het staal. Waardevolle vernieuwing is een doorbraak in de traditie, niet een afschaffen er van. Net zoals een pianist alleen iets nieuws kan improviseren als hij de traditionele toonladders kent en de Inventionen van Bach in zijn vingers heeft. Dawn is overigens niet negatief ten opzichte van de Contemporary Worship Music (CWM) op zichzelf, maar ziet daar slechts een rol voor in groter verband: zij pleit voor blended worship.

 

Roger Frame

Een stevig weerwoord krijgt Dawn van de Californische hoogleraar (en musicus!) Roger Frame.[9] Wie een goed boek wil lezen ter verdediging van het opwekkingslied is bij Frame aan het goede adres. Hij omschrijft zijn positie als ‘seeker-sensitive but not seeker-driven’. Hij gaat in op de bekende analyses van de (evangelikale) hoogleraar David Wells[10] die stelt dat de evangelikale wereld teveel is beïnvloed door respectievelijk ‘subjectivism, humanism, anti-intellectualism, psychologism, professionalism, consumerism, pragmatism and temporal chauvinism’, een standpunt overgenomen door Dawn. Frame laat zien dat hun kritiek te kort door de bocht is en wijst op de sterke punten van de evangelische liedcultuur. De grote omissie bij Dawn is volgens hem dat ze weliswaar het samengaan van liedculturen promoot, maar geen enkel voorbeeld geeft uit de evangelikale traditie. Toch erkent ook Frame de knelpunten die er zijn. En ook hij opteert voor blended worship: ‘What I advocate is not either-or, but both-and’.[11]

 

Calvin Institute of Christian Worship

Belangrijke bijdragen aan het debat kwamen ook van het Calvin Institute of Christian Worship in Grand Rapids (VS), dat – gelieerd aan het Calvin College – een warmgelovige brede en creatieve benadering van liturgie en kerkmuziek voorstaat. Het is een gereformeerde omgeving, maar met de vensters wijd open naar diverse kanten. Als het gaat om de kritische evaluatie van CWM, kun je eigenlijk niet om hen heen. Ik noem met name hun veelzijdige publicatie Discerning the Spirits. A Guide to Thinking about Christian Worship Today.[12]De kritiek op de evangelikale (lied-)cultuur en liturgie mondt hier niet – zoals helaas vaak wel in Nederland – uit in het afwijzen van CWM, maar in het open zetten van de ramen.Justo González accentueert in  zijn bijdrage Church and Mission Äccording to the whole” het begrip ‘katholiciteit’. Natuurlijk moeten alle naties het evangelie horen, ‘not only because the nations need the gospel, but also because the church needs the “nations” in order to be fully “catholic”.’(59) De evangelikale wereld moet in contact treden met het geheel van het lichaam van Christus en dan niet voor output, maar voor input!

 

John Leach

Een ander soort benadering biedt de evangelikale anglicaanse pastor John Leach.[13] Hij heeft niet zozeer kritiek op de evangelische liturgie en liedcultuur, maar moedigt aan om zich meer bewust te zijn van de rijkdom én de noodzaak van liturgische bezinning. Waarom zou een evangelikaal aan liturgie doen, vraagt Leach zich af. Omdat wij niet de eersten in de geschiedenis zijn die in God geloven en omdat we worden gedragen door de geschiedenis vóór ons (verticaal verbonden). Omdat wij niet de enige christenen zijn, maar horen bij een wereldwijde gemeenschap (horizontaal verbonden). Omdat liturgie ons verbindt met tijd en ritme van de eeuwigheid, een ‘gedecomprimeerde’ tijd. Omdat de liturgische kalender en het lectionarium er voor zorgen dat de Schrift in haar geheel in de gemeente aan bod komt. Geloofbelijdenis en doctrine vragen om liturgie. We hebben haar helderheid nodig, haar doordachtheid, haar poëtisch karakter, haar muziek en… haar orde. Natuurlijk is er ook (charismatische) vrijheid nodig, maar de praktijk leert dat waar vrijheid dé norm wordt er slechts een ongeschreven type gefixeerde liturgie ontstaat, in een aantal gevallen vol psychologische dwingelandij en tekstuele armoede. Om nog maar te zwijgen van charismatische voorspelbaarheid die niet onder doet voor de traditionele.

 

Samenvattend

In heel de discussie over de liturgie speelt onze visie op de eredienst en de samenkomst een belangrijke rol. Het lijkt er in evangelische gemeenten op dat het gedeelte lofprijzing en aanbidding (alleen) bedoeld is voor God en het gedeelte preek voor de gemeente. Het eerste is dan verticaal gedacht, het tweede horizontaal (tot opbouw). Dat is echter een beperkte visie op wat kerkliederen zijn. Ook liederen zijn tot opbouw: ‘Edification is to be our concern even when we sing or pray…’[14] De Lutherse bisschop Oskar Söhngen bouwde zijn Theologie der Musik op vanuit Efeze 5:19, ‘Spreekt onder elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen’.[15] Dan heb je niet alleen behoefte aan lofprijzingsteksten, maar ook aan liederen met theologische en verhalende inhoud. Dat zijn dus liederen waarmee je elkaar onderricht. Anders verval je in een vorm van naïef optimisme en escapisme ‘as if to be in touch with God through music means being out of touch with everything (and everyone) else’.[16]Het lijkt me dat de evangelikale wereld bovenstaande kritiek serieus kan nemen zonder haar kernpunten te verloochenen. Liturgie is onvermijdelijk, dus je kunt er maar het best goed over nadenken.

 

Robert Webber en blended worship

Graag wil ik nu overgaan tot de vraag welke bijdrage ons boek Verbindend Vieren aan de evangelikale liturgie kan leveren. In Verbindend Vieren baseren we ons op de (liturgische) theologie van Robert E. Webber. Hij wortelt zowel in de evangelikale traditie – groeide op in een Baptistengezin – als de anglicaans/episcopale traditie. Hij doceerde aan Wheaton College, richtte het Institute for Worship Studies op en schreef hierover tientallen boeken, waaronder een complete Worship-encyclopedie.[17]

Webber signaleert al vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw een (convergerende) tendens om over de grenzen van de eigen kerkmuren heen te kijken. Traditionele kerken staan steeds meer open voor de vruchten (en liederen) van de evangelisch-charismatische vernieuwing. Liturgie hoort geen gestolde handleiding te zijn zonder ruimte voor spontaniteit, maar een gids die ruimte biedt. Anderzijds valt waar te nemen hoe evangelische leiders, moe van een ‘performance-driven ministry’[18], waardering krijgen voor liturgische structuren in heden en verleden.

 

Eerste pijler

Wellicht Webbers belangrijkste statement, verwoord in de ‘Ancient-Future’-reeks, is de heilzame paradox dat de toekomst van de kerk in het verleden ligt. Net als de liturgische beweging in de twintigste eeuw baseert hij zich op de traditie, met name op de (Griekse) kerkvaders en het Nieuwe Testament. Willen we vooruit dan moeten we voortdurend terug: herbronnen. De liturgie reflecteert de heilsgeschiedenis en daarin worden verleden, heden en toekomst (het Koninkrijk) verbonden. Dit is de eerste pijler van Webbers blended worship. Het lijkt er echter op dat veel evangelische gemeenten het verleden hebben losgelaten, waardoor er slechts ervaringen in het hier en nu overblijven die, buiten de verder ‘donkere’ geschiedenis om, direct verbonden zijn met de ‘nieuwtestamentische gemeente’. Leach noemt dit de ‘Restorationist View of History’.[19]

Nog meer dan voor de theologie geldt dit voor de liturgie – ‘worship’. Zowel teksten als muzikale stijl zijn exclusief eigentijds. Nu zou niemand, ook geen evangelikaal, er aan denken om de theologische verworvenheden van bijvoorbeeld Augustinus, Luther of Wesley weg te gooien. Er zijn in de evangelikale wereld echter allerlei liturgische vormen en teksten en in het bijzonder een massieve hoeveelheid geestelijke liederen – hele liedculturen zelfs – gedumpt. Liederen van Paul Gerhardt en Isaac Watts bijvoorbeeld. Het kan zijn dat je niet van ‘oude muziek’ (de geneefse psalmen en Lutherliederen bijvoorbeeld) houdt, maar het gaat om meer dan ‘smaak’. In kerkliederen gaat een belangrijk deel van de christelijke erfenis schuil en liederen hebben in de geschiedenis wellicht meer invloed gehad dan preken. In feite is dat grote erfgoed aan theologie en geloofsinhouden echter een blinde vlek geworden in de evangelikale liturgie. Is er hier sprake van een soort ‘vervangingsliturgie’? Leg de tekstuele en theologische inhoud van opwekkingsliederen maar eens naast die van het liedgoed uit de afgelopen negentien eeuwen, zoals uitgebreid beschreven in de hymnologie van Arie Eikelboom.[20] Het kan dan wel zijn dat al die liederen ‘niet meer van deze tijd’ zijn (de meest universele drogreden van dit moment), door ze te negeren verwaarlozen we eeuwen geschiedenis van God met de mens en hebben we onze eigen contemporaine beperktheid en arrogantie niet meer helder in het vizier. Een echte vernieuwing van de evangelische liedcultuur is mijns inziens ondenkbaar zonder herbronning. Dat kan heel goed met behoud van de evangelikale identiteit. Soms gebeurt dat gelukkig ook (bijvoorbeeld in Opwekking 520: ‘Be Thou my Vision’).

 

Tweede pijler

De tweede pijler van Webber is de gedachte van een vruchtbare dialectiek tussen heden en verleden. De liturgie moet zich daarin radicaal committeren aan de eigen tijd: ‘A Worship rooted in the past, yet deeply concerned for the present’. Hier komen alle nieuwe liedculturen in beeld, ook de evangelische. In zijn Planning Blended Worship geeft Webber veel voorbeelden van het integreren van zowel traditionele liederen als contemporaine (CWM). De geschiedenis moet zich verstaan met de eigen tijd, moet als het ware door het contemporaine heen zodat het een eenheid wordt. Hierachter kun je de uitgangspunten van het Nairobi Statement on Worship and Culture (1996) waarnemen.[21] Kort gezegd:

 

(1) Liturgie ontstijgt  de eigen tijdgebonden cultuur. Ze bevat elementen die voor alle gelovigen hetzelfde zijn. In die zin is liturgie dus niet groeps-bevestigend. Als je zelf geen woorden kunt vinden kun je wonen in het huis van de liturgie, dat al eeuwen staat.

(2) Liturgie is contextueel. Ze sluit aan bij onze situatie en probeert inhouden te vertalen naar onze context. Hier ligt een spannende opgave, namelijk om eigentijds, herkenbaar te zijn en tegelijkertijd te voorkomen dat liturgie gaat samenvallen met onze eigen (kerkelijke) sub cultuurtjes, ‘ons kent ons’.

(3) Liturgie is cross-cultureel. Dat wil zeggen dat ze permanent over grenzen gaat en ons losweekt uit onze vertrouwde geloofsomgeving zodat we anderen ook echt ontmoeten in de liturgie. Naast de verticale verbinding met geloofsgenoten in het verleden gaat het hier om horizontale verbinding, wereldwijd. Psychologisch betekent dit punt de grootste opgave van de vier statements. Je moet bereid zijn om je te verstaan met vreemde eenden in de bijt (andere liturgische vormen, tekstinhouden, liedstijlen, gewoontes, e.d.). Degene die de liturgie maakt, moet breed genoeg zijn om die verschillende inhouden in zich te verenigen. Voor hen die alleen maar oude Geneefse psalmen gewend zijn óf alleen maar Opwekking is dit lastig, maar bedenk dat een cross-culturele liturgie zeer verrijkend is. Ze kan door haar variëteit veel beter de geloofsrijkdom van de Schrift bemiddelen.

(4) Liturgie is tot slot ook counter-cultureel. Goede liturgie zet de zonde, alle onwaarheid en onwaarachtigheid op de tocht. Het is liturgie die om verandering en commitment vraagt. Het relativeert de eigen cultuur.

 

Het toepassen van deze statements in onze liturgie zal in de evangelische wereld tot andere conclusies kunnen leiden dan in de meer traditioneel-kerkelijke wereld. Voor de evangelische wereld lijkt het me een opgave om zich meer bewust te worden van alle historische wortels van het (liturgische) geloofsleven en te bedenken dat er al heel veel wielen zijn die echt niet meer opnieuw uitgevonden hoeven te worden (als dat al gebeurt). En dat in het belang van een evenwichtig geloofsleven. De uitdaging voor de meer traditionele kerken kan liggen in de taak om zich meer met de eigen tijd en (pop-)cultuur te verstaan. Heel praktisch bijvoorbeeld door oud (maar kostbaar!) liedgoed op nieuwe en frisse wijzen te presenteren. Dat kan op veel meer manieren dan een oud lied van een ‘popdreun’ te voorzien. De grootste uitdaging voor beiden is, denk ik, de cross-culturele variant.

De worship wars zitten diep in ons, we denken in termen van of-of. Talrijk zijn de allergieën (emoties) die ons verhinderen echt in contact te komen met elkaar en naar elkaar te luisteren. De haren van de organist staan recht overeind als hij een opwekkingslied moet spelen (als hij dat al kan). Geïrriteerd verwijst een zangleider het voorstel van tafel om een oude hymne uit de zeventiende eeuw te zingen: ‘dat gedoe hebben we nu zo langzamerhand wel gehad’. Blended worship kan een brug naar elkaar zijn, kan de rijke traditie en vele mogelijkheden reflecteren omdat ze verbinding zoekt.

 

Alles in de blender dus?

Bij blended worship zijn we de geschiedenisles voorbij. In de wereld van de oude en barokmuziek was het in de jaren ’60 een trend geworden om vooral nauwkeurig historisch-authentiek te zijn. Die gedachte valt soms ook te bespeuren achter het Liedboek voor de Kerken van 1973. Bij blended worship gaat het echter meer om diepe verbondenheid met onze geloofsgenoten voor ons. Wij kunnen in de heilsgeschiedenis niet zonder hen, en zij niet zonder ons. Maar wij zoeken daarin een heilzame interactie. Dat levert iets anders op dan wat men in het liturgisch discours wel ‘bricolageliturgie’ noemt.[22] Dat is in veel kerken momenteel de liturgische praktijk: men zoekt vormen, stijlen en inhouden bij elkaar en knutselt dan een liturgie in elkaar. Zo ontstaat een palet uit de verschillende onderdelen, al dan niet binnen een gegeven orde van dienst. Kleurrijk, maar het heeft ook iets van ‘alles op één hoop’. Blended worship is echter van een andere orde. Daarin staan de onderdelen niet los naast elkaar, maar worden bewust geïntegreerd en betrokken op elkaar.

Oorspronkelijk sprak men in de VS van convergence worship, waarin verschillende liturgische en kerkmuzikale tradities elkaar vinden en er kruisbestuiving plaatsvindt. Soms gebruikt men termen als synthesis worship of fusion worship. Blended worship is inmiddels het meest ingeburgerd en als term… het meest ongeschikt. Het roept de associatie op van het mixenvan diverse liedstijlen, maar blended worship is veel meer dan dat. Het gaat om wezenlijke verbindingen, ook op diepere niveaus. Ten diepste is het verbinding tussen mensen (met hun verschillende culturen) en met God. Stuart & Sian Murray Williams benaderen dit nog van een andere kant. Zij zijn van mening dat de kerk naar haar wezen ‘multi-voiced’ is en de leden dus allemaal een stem moeten krijgen. In elk aspect van het gemeenteleven, ook als het om ‘Worship’ gaat. Geen monologen of monoculturen meer! Over de eredienst zeggen zij: ‘But multi-voiced worship is not simply about diversity of practices but about the many different members of the community finding their voices and bringing their offerings’[23] Vandaar dat wij gekozen hebben voor ‘verbindend vieren’ als vertaling voor blended worship.[24]

Bij de ‘blender’ denken we aan een culinair eindresultaat: een amorfe massa waarin de oorspronkelijke ingrediënten niet meer zichtbaar zijn. Bij verbindend vieren echter krijgen de onderdelen weliswaar een nieuwe betekenis-in-samenhang, maar verliezen daarbij hun eigenheid juist niet. Verbindend vieren leeft – integendeel – van spanning!

Philip Greenslade spreekt over ‘polariteiten’ in de liturgie (worship) die een gewenste dialectiek opleveren.[25] Er is iets te zeggen voor de gregoriaanse mis, maar ook iets voor een jazz-vesper. Je geloof kan versterkt worden door lange strofische liederen, maar ook door een zich alsmaar herhalend Taizé-lied of praise-chorus. Je kunt tranen in je ogen krijgen bij klassiek ensemblespel of een orgel, maar ook bij het optreden van de praiseband. Je kunt houvast ervaren in een vaste orde, maar ook in charismatische spontaniteit. Doorgaans zijn we geneigd dit alles als onoverbrugbare tegenstellingen te beschouwen. We modelleren onze gemeenten dan langs één lijn (monoculturen) en vermijden de polaire spanning. Ik noem hier een aantal van de door Greenslade besproken polariteiten (paradoxen):

 

  • Worship is wereld-bevestigend (‘creation’) én wereld-ontkennend (cultuur-kritiek)
  • Worship is charismatische én liturgisch
  • Worship kent God als transcendent (majesteitelijk-afstandelijk) én immanent (intiem-onmiddellijk)
  • Worship omvat lofprijzing énklacht
  • Worship herinnert zich het verleden én anticipeert op de toekomst
  • Worship kent spontane gebedsuitroepen én geleerde of poëtische taal
  • Worship is een jubelroep én het doen van gerechtigheid

 

Ooit stond ik aan de wieg van een nieuw opgerichte gemeente die onder andere blended worship in haar vaandel had. De leden ervan hielden de polaire spanning echter niet uit. Bezoekende studenten uit Utrecht genoten van de goed begeleide klassieke liederen in onze dienst, maar hadden eigenlijk niet veel met simpele opwekkingsliedjes (ze luisterden beleefd). Uit evangelische gemeenten overgewaaide leden wilden ook best wat van die oude kerkliederen meezingen ‘voor hen die nog niet zo ver waren’…

De these van Greenslade is echter dat die polariteiten een bijbelse en gebalanceerde spanning vertegenwoordigen, waarin beide polen telkens noodzakelijk zijn voor een evenwichtig geheel. Liturgie, praise and worship zijn een ‘via dialectica’ en alleen op die weg krijgen we een gezond zicht op wie God is, inclusief het inzicht dat we Hem nooit kunnen vangen in onze paradigma’s. De makkelijk begaanbare unipolaire paden leveren eenzijdige godsbeelden op.

 

De polariteit lofprijzing-klacht

Laten we één van de polariteiten, een belangrijk slagveld in de worship wars, nader bezien. Hét verwijt richting de praise and worship movement is immers dat men geen oog heeft voor het lijden en de donkere kanten van het leven met God. Hier geen ‘donkere nacht van de ziel’, zoals je die aantreft bij Johannes van het Kruis. In de liturgie van evangelische gemeenten tref je wel een uitgebreid Gloria (lofzang tot God) aan, maar het Kyrie (bede tot God voor de nood en gebrokenheid van mens en wereld) ontbreekt structureel. Dat hoeft nog niet te betekenen dat er geen oog is voor de nood van de mens, die is er zeker wel. En in je nood kun je heel goed lofprijzingsliederen zingen, zoals Paulus en Silas deden in Handelingen 16. Er wordt alleen niet structureel een stem gegeven aan de nood, geloofsonzekerheid, gebrokenheid en woede, zoals dat in de psalmen wel gebeurt. Ik heb dit in diverse evangelische groepen zien leiden tot ontkenning van de (geloofs-)werkelijkheid, zelfontkenning van de moeite in het eigen leven en een uitwendige geloofspraktijk die geen uiting meer is van het innerlijk gemoed. Haar gewonde leden, haar ‘rebellen’ zitten op de achterste rij, staan in de kou of verlaten de kerk.

Lofprijzing en klacht komen liturgisch wel heilzaam samen in de Eucharistie. Webber pleit ervoor om die wekelijks als vast onderdeel van de liturgie op te nemen, zoals men dat gewoon is in de orthodoxie en catholica. Hij heeft historisch én theologisch een heel sterk punt. In deze ‘eucharistische synthese’[26] krijgt de lofprijzing kleur en karakter en vinden we onszelf geheel terug. Als de lofprijzing trinitarisch van aard is, kan dat ook. De triniteit is een adequate want antagonistische denkwijze over God, het biedt een bijbelseecologie. En in het midden er van bevinden zich het kruis en de lijdende God.[27] Het probleem met veel evangelische lofprijzing is niet de beweging an sich, maar de richting er van. Wie hebben we voor ons en wie zijn wij als we alleen maar lofprijzen?

In dit verband is het psalmonderzoek van de oudtestamenticus Walter Brueggemann interessant.[28] Hij onderscheidt de psalmen in drie soorten: (a) psalmen van oriëntatie, bijv. scheppingspsalmen, (b) psalmen van disoriëntatie, bijv. klaagpsalmen en (c) psalmen van een nieuwe oriëntatie. De psalmen reflecteren de verschillende ‘seizoenen’ van het leven. Ontbreekt in de evangelische liturgie de winter? Volgens Brueggemann is lofprijzing zonder klacht een ontkenning van het leven, oneerlijk ook. In feite maakt (b) een groot deel van de psalmen uit. Veel betekenend is dat Brueggemann de lofprijzingspalmen onder psalmen van een nieuwe oriëntatie, de derde fase, schaart. Lofprijzing is alleen van betekenis als ze door de klacht (het leven) heen is gegaan. De lofprijzing is in de psalmen vrijwel altijd verbonden met de vraag naar en klacht over onrecht, ze is ‘geaard’.

Ontbreekt in de evangelische beweging het Kyrie, in de traditionele kerken is dit Kyrie soms niet meer dan en af te wikkelen liturgie-onderdeel, inhoudsloos. Het lijkt me in beide gevallen tijd voor een nieuwe doorleving van dit aspect van de psalmen, voor een betere balans, voor een nieuwe liturgische inbedding en muzikale vormgeving. Hiervoor is veel materiaal voorhanden dat ook in evangelische gemeenten een plaats kan krijgen.

 

Webbers derde pijler: Narratieve liturgie

Terug naar de verlegenheid met de opbouw van een evangelische eredienst, zoals we die in het begin van dit artikel vonden in het onderzoek van de CHE-studenten. Hoe kunnen zangleider (zangdienst) en voorganger (preek) beter op elkaar afgestemd zijn? Zodat de polariteiten een eenheid worden zonder aan spanning te verliezen?

Hier komt de derde pijler bij Webber aan de orde. Het is niet alleen belangrijk om te herbronnen in de traditie of om verleden en heden in balans te krijgen, we moeten ons ook bewust worden van het feit dat de basis van liturgie het verhaal is. ‘Worship does God’s Story’, kernachtiger kan het niet. Ook het begin van de dienst vóór de preek (bij Webber ‘the Gathering’, of de ‘aanbiddingsdienst’) is narratief: ‘…worship planners must keep in mind that the Gathering is a narrative, not a program’.[29] Dit richt zich tegen de tendens in traditionele kerken om liturgie als een soort ‘agenda’ te gebruiken die afgewikkeld moet worden, maar ook tegen evangelische ‘programma’s’ in de dienst met welk (goed) doel dan ook. Liturgie is de repetitie van (de geschiedenis van) het verhaal van God en mens. Webber heeft hierbij een voorkeur voor het schema van de oosterse traditie: schepping-incarnatie-herschepping. De westerse traditie (schepping-zondeval-verlossing) is volgens hem teveel bij het kruis blijven steken.

In deze benadering hebben dus alle onderdelen van de dienst een relatie tot elkaar, zijn teksten, liederen, muziek op elkaar afgestemd onder de paraplu van het verhaal dat specifiek tot uitdrukking komt in het thema van de dienst. Net als in een symfonie is er sprake van flow, beter gezegd: spanningsboog. Gaat die dienst over ‘verwachting’ (de komst of wederkomst van de messias bijv.) dan is alles daarop afgestemd. Zonder deze pijler vervalt blended worship in alles-op-één-hoop, het voldoen aan een quotum van stijlen zodat iedereen happy is. Men valt in de eerder benoemde valkuil van de bricolageliturgie. Verbindend vieren kan niet zonder visie.

 

Een voorbeeld

Ik geef een voorbeeld. Als je opvatting van ‘worship’ beperkt is tot (verticale) lofprijzing en aanbidding, voldoet de Opwekkingsbundel ruimschoots. Wanneer de liturgie echter een verhaal is, dat het hele bijbelse palet verhaalt, dan hebben we veel meer en vooral andere liederen nodig. Zo tekende Frank van Essen voor een erg fraai lied in de opwekkingsbundel: ‘Erken nu de Heer’ (637, zie ook Liedboek 890!). Het is een oproep tot erkenning, maar ook tot lofprijzing. Een Koningslied: God is ‘majesteitelijk… ontzagwekkend… Koning voor altijd’. Het lied is echter uni-polair, anders dan de psalmen die vrijwel altijd bi-polair zijn. Het is een geïsoleerd praise-momentum, los van geschiedenis en van het (verbroken) leven. Het is zeker een goed lied, maar krijgt pas karakter in een groter perspectief. Daarom zou ik het bijvoorbeeld combineren met de oude Geneefse psalm 72. Een prachtige melodie die zo door Il Divo zou kunnen worden gezongen. De lofprijzing wordt zo verbonden met het verhaal. Want wie is die God die wij aanbidden, wat doet Hij? Het antwoord vinden we onder andere in vers 4: ‘Hij zal de redder zijn der armen, hij hoort hun hulpgeschrei… Hij draagt hen in zijn hart.’ God is de God van de armen en van het recht, want ‘Hij richt met beleid’. Lofprijzing is in de bijbel niet los verkrijgbaar, niet zonder deze robuuste heilsfeiten. God wordt trouwens pas ‘groot’ als Hij concreet in het vizier komt. God ‘grootmaken’ kun je nooit als je dat alleen maar zingt. Je kunt deze liederen na elkaar zingen, maar creatiever is het om ze in elkaar te weven. Bijvoorbeeld volgens dit patroon: Ps.72:1 | Ps.72:3 | Opw.637:1 | Ps.72:4 | Opw.637:2 | Ps.72:6 (reciteren!) | Ps.72:7. Je zult merken dat de liederen elkaar verrassend beïnvloeden. Dit is narratieve zangdienst! Voor meer van deze voorbeelden verwijs ik naar mijn artikel in Verbindend Vieren.[30]

 

De praktijk

Ooit schreef ik het lied ‘Veni Creator Spiritus’ (een beetje in de Taizé-stijl). Het kwam er zo maar uit, terwijl ik pianospelend aan het bidden was. Het is opgenomen in de Opwekkingsbundel (319). Maar uit evangelische kringen in het zuiden van ons land kwam kritiek naar het kantoor van Opwekking: ‘Ben je net verlost van die Roomse kerk, gaan we dit soort liedjes in het Latijn zingen!’ Gevoelsmatig valt dat zeker te begrijpen. Het is ook zo dat hele groepen – en niet slechts jongeren! – niets meer hebben met oude kerkliederen en hun archaïsche taal, met een orgel. Sommigen hebben überhaupt geen antenne meer voor poëtische taal en klassieke muziek, of voor wetenschap en theologie. Nee, we hebben dat ingeruild voor de alles doordringende repetitieve dreun van de bass-drum, songteksten die veel overeenkomsten vertonen met het Koningslied en voorspelbaar zoete parenese van zangleiders, denk ik dan in een cynische bui. Deze door de nieuwe media versterkte en massieve pop-socialisatie lijkt het ook in de kerk te winnen. Het betreft hier meer dan een middel, een ‘missionaire strategie’. Ze lijkt als cultuur zelf aantrekkelijk, en dreigt daarmee het doel te worden. De ‘strategie’ is inherent aan wie wij zelf willen zijn.

Toch lijkt er al geruime tijd sprake van een tendens tot herbronning. Dat blijkt onder andere uit de toenemende populariteit van klassieke muziek (en andere muziek dan de bekende popmuziek) in de VS, niet in het minst… in de popmuziek zelf. Het blijkt ook uit de openheid voor klassieke liturgische teksten en vormen. In Nederland is er ook een groeiende groep jongeren die het wel gezien heeft met de oppervlakkige, eenzijdige stijlen en op allerlei gebied naar verdieping zoekt. Voorbeelden zijn Psalmen voor Nu, Schrijvers voor gerechtigheid, Sela. Een verrassend juweeltje is de jazz-versie van liederen van Paul Gerhardt (17e eeuw) op cd gezet door de Duitse jazz-zangeres Sarah Kaiser.[31] En waarom zouden evangelikalen niet de krenten uit de pap kunnen halen van het nieuwe Liedboek: Zingen en bidden in huis en kerk dat dit jaar verscheen? Evangelikalen zullen daarin hun geliefde liedcultuur nauwelijks terugvinden (weinig ‘praise’), maar dat betekent niet dat er niet heel veel nieuwe liederen in staan die ook in evangelische gemeenten prima gezongen zouden kunnen worden. Toch ligt het probleem niet zozeer bij het vinden van nieuwe liederen. De Opwekkingsbundel vernieuwt zich elk jaar, maar de vraag is of het verzadigingspunt van deze specifieke stijl al niet lang is bereikt. De grote uitdaging is mijns inziens niet zozeer gelegen in nieuwe liederen of dito bundels, maar in nieuwe interpretaties van liederen, herbronning, een nieuwe creatieve en narratieve opzet van de liturgie. Waarbij oude schatten en nieuwe creativiteit worden samengesmeed tot een narratief geheel.

Ik ben er van overtuigd dat de verschillende werelden elkaar moeten vinden, wil de voor onze geestelijke voeding noodzakelijke rijkdom van de traditie niet door het putje van ‘eigentijdsheid’ wegspoelen. We hebben de polariteiten nodig om op een evenwichtige manier met elkaar en met God om te gaan, zicht te krijgen op wie Hij is. Ik ben me er ook van bewust hoe moeilijk dat – vooral emotioneel – is. We denken en voelen zo verschillend. Verbindend vieren is echter in vele opzichten een medicijn. Het is een mogelijkheid met een enorm verrijkingspotentieel. Het is heel inspirerend om met elkaar (verschillende disciplines) in de worship-keuken zo een dienst voor te bereiden die spannend is én een narratieve eenheid.

Dat relativeert meteen dit artikel. Verbindend vieren moet je doen, meemaken. In de workshops die ik hierover geef blijkt dat keer op keer. Pas na het experimenteel bezig zijn met liedculturen, muziek en tekst geven deelnemers (traditioneel-kerkelijk én evangelisch) aan dat er kwartjes vallen. En dat is in een tijd van crisis geen overbodige luxe.

 

Noten:

 

[1] Klaas-Willem de Jong (red.), Verbinden Vieren. Spelen met vormen en stijlen in de eredienst (Zoetermeer: Boekencentrum, 2013). Met bijdragen van Andries Govaart, Jaap Overeem, Kees van Setten en Els van der Wolf-Kox.

[2] Zie www.eredienstcreatief.nl.

[3] In dit artikel worden de termen ‘liturgie’ en ‘worship’ door elkaar gebruikt. Het laatste begrip is het meest omvattend, maar er is geen goede vertaling voorhanden. Worship is in elk geval veel meer dan ‘lofprijzing en aanbidding’, het is heel onze dienst aan God.

[4] E.W. van der Poll, Samen in de naam van Jezus. Over evangelische liturgie en muziek (Zoetermeer: Boekencentrum, 2009), 86.

[5] D.W. Hardy, D.F. Ford, Jubilate. Theology in Praise (London: Darton Longman and Todd, 1984), 19. Nog steeds een van de beste boeken over lofprijzing die ik ken!

[6] Martin Modderkolk en Marjon Pape, Voorgaan in liturgie. Afstudeeronderzoek naar de visie van voorgangers op liturgie en de vormgeving van de evangelische samenkomst (CHE Ede, 2009). Te vinden op

http://www.hbo-kennisbank.nl/nl/page/hborecord.view/?uploadId=ede%3Aoai%3Arepository.samenmaken.nl%3Asmpid%3A10137.

[7] In dit artikel bedoel ik daarmee de brede evangelikale (evangelische) stroming, vertegenwoordigd in/door uiteenlopende kerken, denominaties en groepen. Ik realiseer me dat die stroming een grote diversiteit herbergt, maar in de praktijk vaak niet op het gebied van liturgie en muziek. Evangelikalen binnen de traditionele kerken hebben overigens wel wat meer affiniteit met klassiek-liturgische vormen.

[8] Zij is rijk gekwalificeerd en o.a. verbonden aan het Regent College in Vancouver, B.C. Zie haar Reaching Out without Dumbing Down. A Theology of Worship for This Urgent Time (Grand Rapids: Eerdmans, 1995). Het vervolg hierop is A Royal Waste of Time. The Splendor of Worshipping God and Being Church for the World (idem, 1999). Een kleinood is How Shall We Worship. Biblical Guidelines for the Worship Wars (Wheaton: Tyndale House Publishers, 2003).

[9] Reformed Professor at Westminster Theological Seminary California. Zie zijn Contemporary Worship Music. A Biblical Defense (Phillipsburg NY: P&R Publishing, 1997). Zie ook John Leach, ‘Renewal Songs’, Christianity (sept. 2001).

[10] D. Wells, No Place for Truth en God in the Wasteland (Grand Rapids: Eerdmans, 1993 en 1994).

[11]R. Frame, Contemporary Worship Music, 39.

[12] Onder redactie van Cornelius Plantinga jr. en Sue A. Rozeboom (Grand Rapids: Eerdmans, 2003), in de serie CICW Liturgical Studies Series. Zie ook J. Witvliet, Worship seeking understanding. Windows into christian practice (Grand Rapids: Baker Academic, 2003).

[13] J. Leach, Living Liturgy. A practical guide to using liturgy in Spirit-led worship (Eastbourne GB: Kingsway Publications, 1997).

[14] D. Peterson, Engaging with God. A Biblical Theology of Worship (Downers Grove: IVP Academic, 1992), 287.

[15] O. Söhngen, Theologie der Musik (Kassel: Johannes Stauda Verlag, 1967).

[16] J.S. Begbie, Resounding truth. Christian wisdom in the world of music (Grand Rapids: Baker Academic, 2007), 260.

[17] Ik baseer mij hier op Robert. E. Webber, Worship Old and New (Grand Rapids: Zondervan, 1994); Planning Blended Worship. The Creative Mixture of Old and New (Nashville: Abingdon Press, 1998) en Ancient-Future Worship. Proclaiming and Enacting God’s Narrative (Grand Rapids: Baker Books, 2008).

[18] Ph. Greenslade, Worship in the Best of Both Worlds. Explorations in Ancient-Future Worship (Milton Keynes: Paternoster, 2009), xii.

[19] Leach, Living Liturgy, 52.

[20] Hiervan zijn op dit moment  9 delen verschenen, zie http://www.arieeikelboom.nl.

[21] Lutheran World Federation, Statements on Worship and Culture, zie

http://www.elca.org/Growing-In-Faith/Worship/Learning-Center/LWF-Nairobi-Statement.aspx.

[22] Marcel Barnard, ‘Bricolageliturgie: Liturgical Studies Revisited’, Verbum et Ecclesia 29/1 (2008), 14-31, zie: www.ve.org.za/index.php/VE/article/download/2/2).

[23]Stuart & Sian Murray Williams, Multi-voiced Church (Milton Keynes: Paternoster, 2012), 51

[24] Met dank aan Karin de Schipper, secretaris van EredienstCreatief.

[25] Greenslade, Worship in the Best of Both Worlds, xi.

[26] Greenslade, Worship in the Best of Both Worlds, 90.

[27] Zie hiervoor het gedeelte vanaf The Trinitarian Revolution Begins uit Hardy & Ford, a.w., 53vv.

[28] W. Brueggemann, The Message of the Psalms (Minneapolis: Augsburg Publishing House, 1984). In verkorte vorm: Spirituality of the Psalms (Idem, 2002).

[29] Webber, Planning Blended Worship, 53.

[30] Kees van Setten, ‘Muzikaal verhalen’, in: Verbindend Vieren, hfdst. 6. Zie verder hoofdstuk 3 over ‘Liturgie als verhaal’(Klaas-Willem de Jong).

[31] De cd Gast auf Erden (2003), zie http://www.sarahkaiser.de/shop.html.


Reacties

Verbindend vieren. Blended Worship: ook voor evangelikalen? — 1 reactie

  1. Pingback: 'Bricolage-geloof' - AMEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *