Werk en kerk

Hernieuwde verbinding tussen ons werk en de liturgie

Reflecties bij een interview:
“A Fresh Look at Designing Worship for Workers”

Door: Cindy Bubberman

Al een paar dagen volgde ik het online symposium van het Calvin Institute of Christian Worship. Althans, tussen het werk, huishouden en thuisonderwijs door, was ik erg blij wanneer het me lukte om af en toe een dienst of een interview te bekijken. Even een momentje voor mezelf… Toch voelde ik enige tegenzin om dit interview te gaan bekijken, een interview met de auteurs van het boek “work and worship”. Tussen alle inspirerende vieringen en lezingen rondom liturgie en geestelijke aangelegenheden, leek mij dit onderwerp wat misplaatst. Ik wilde mij verdiepen in zaken rondom kerk, geloof en muziek en in de laatste plaats nadenken over werk!

Bij veel werkende christenen zijn werk en kerk mijlen ver van elkaar verwijderd. Bijna alsof ze in twee werelden leven. In de kerk stap je als het ware God’s Koninkrijk binnen en richt je je op het verhevene, heilige, hemelse. Eenmaal buiten, sta je weer met beide benen op de grond en maandag met de handen in de spreekwoordelijke klei.

Met een drukke werkweek achter de rug, een volle zaterdag met boodschappen, sport of huishoudelijke klusjes én een late avond bovendien, staan we ‘s zondags op de drempel van de nieuwe week met al zijn uitdagingen, ups en downs. De zondagmorgen… Op een of andere manier verwachten we, dat we onze dagelijkse bezigheden wel even opzij kunnen schuiven, alsof het niets is. Misschien zelfs wel, alsof God zich niet bekommert om al die uren die we doordeweeks aan ons werk besteden. Het gebeurd dat voorgangers, aanbiddingsleiders de gemeente vragen om alle zorgen of drukte los te laten om zich volledig op God te kunnen richten tijdens de kerkdienst. Maar kunnen we dat wel,  de wereldse werkelijkheid even op pauze zetten? Wat doet dat met de gemeente als ze steevast de afgelopen week, de dagelijkse inspanningen,  achter zich laat op de drempel?

De tegenzin waarmee ik het filmpje startte is precies de reden waarom dit onderwerp aandacht verdient. Intuïtief voelde ik aan dat de verbinding van werk en kerk ver te zoeken zou zijn. Misschien wílde ik kerk en werk ook niet met elkaar in verbinding brengen, het eerste niet met het tweede “besmetten”. Zou mijn ’s zondagse geloofsbeleving niet aan kracht verliezen als ik mijn aandacht op het werk zou richten? En dat terwijl ik nota bene zelf werkzaam ben bij een Christelijke organisatie, met een Bijbelse missie!!  

In de vroege kerk waren werk en geloof onlosmakelijk met elkaar verweven. De mensen namen letterlijk hun werk mee naar de kerk. Etenswaren, kleding, handwerk, ambachten. De producten werden uitgedeeld aan de weduwen en de armen of werden direct als onderdeel van de maaltijd gebruikt. De integriteit waarmee deze producten werden vervaardigd of verkregen was van groot belang. Producten waarvan bekend was dat ze niet “rein” waren, werden geweigerd. Het gebruik ervan zou de hele gemeente besmetten.

Zouden we vandaag de dag ons geloof nog zo kunnen integreren in ons dagelijks werk en ons dat werk gaan beleven als een bijdrage aan God’s Koninkrijk?

Alles uit het boek van Kaemingk en Wilson wijst erop: “ja, dat kan en dat móet, maar we zijn er wel heel ver van verwijderd”. En tegelijkertijd bieden ze een krachtig antwoord op de vraag hóe we dat voor elkaar kunnen krijgen. De eredienst zelf, de aanbidding in woord, gebed en lied, speelt een sleutelrol om de kloof te dichten tussen zondagmorgen en maandagochtend, tussen baan en aanbidding, tussen werk en kerk. Kaemingk en Wilson richten het woord tot  voorgangers, liturgen, aanbiddingleiders en dringen er bij hen op aan zich bewust te zijn van de signalen die ze afgeven over het karakter van God. Als je namelijk bij aanvang van de (zang)dienst de gemeente vraagt om alle beslommeringen van de afgelopen week naast je neer te leggen, impliceer je dat God alleen de vrome zondagmorgengezichten wil zien en dat Hij geen aandacht heeft voor de maandagochtendblues. Voorgangers, liturgen, aanbiddingsleiders hebben de mogelijkheid om bruggen te bouwen tussen de ’s zondagse geloofsbeleving en het dagelijks leven.In het interview geeft Kaemingk heel helder aan, waarom het niet voldoende is, het probleem te willen slechten met een theologisch betoog: “You can tell people that they need to confess their sins (about work) to God, or you can actually lead them in a confession of sin, or you can practice them into it. You can tell people that they need offer their work to God as worship, or you can invite them on a Sunday morning and create space for them to offer their work to God in worship. You can tell people that their work matters to God, or you can actually bless and sent them in their work. Sunday morning is a way to practice people into taking their work seriously.“

We hebben hier volgens de auteurs te maken met een vaardigheid die je moet uitoefenen in de eredienst, niet zozeer een intellectueel concept. “It’s more like a fabric that’s been torn into pieces. The fabric of faith and work needs to be slowly and intentionally woven back together over a lifetime of prayer and worship”.

Het boek “work and worship” is een pleidooi om de successen, de last, de uitdagingen van het werk, met behulp van de viering met God te delen. De kerkdienst als een oefening, een training, om God te betrekken bij het dagelijks werk. Stel je eens voor wat er gebeurt wanneer de gemeente wordt gevraagd om diezelfde werkweek met diezelfde successen, tegenslagen, fouten en uitdagingen, bij God te brengen. Om de inspanningen van afgelopen week als offer aan te bieden. Wat zal er gebeuren als de consultants, de makelaars, de politieagenten, marketeers, loodgieters, aannemers in gebed aan God vragen om hun fouten te vergeven en gaan bidden voor hun collega’s, leidinggevenden, klanten, concurrenten zelfs. Bedenk eens wat een impact het zal hebben, als God’s liefde kan gaan werken in kantoren, winkels, loodsen, havens, op al die plekken waar Christenen werkzaam zijn!

Stel dat je de programmeur gelegenheid biedt om dankbaarheid te uiten voor een leuk team of een uitdagende opdracht….Stel dat de advocaat namens de gemeente bidt voor gerechtigheid en de verpleegster om genezing. De impact die deze momenten zouden hebben zijn blijvend en levens-veranderend.  Volgens de stellige overtuiging van Keamingk en Wilson begint de verbinding tussen werk en geloof ín de kerk. Misschien kun je aanbiddingsleiders beter “aanbiddingsstokers” noemen, opdat de aanbidding niet blijft hangen in de kerk, maar opdat ze ’s zondags helpen het vuur aan te wakkeren dat minstens wel een dag of 6 blijft branden. De zondagsdienst als kick-off voor de nieuwe werkweek.

Zowel in het interview als in het boek worden talrijke voorbeelden genoemd en praktische handreikingen gegeven om vanuit de liturgie, kerk en werk met elkaar te verbinden.

Je kunt tegen een verpleegster zéggen dat ze belangrijk werk doet. Dat God haar ziet en blij is met haar inspanningen. Je kunt haar op het hart drukken dat ze haar geloof in praktijk brengt door mensen te verzorgen. Misschien dat ze daar best wat aan heeft.

Maar stel je eens voor hoe zij zélf tegen haar werk aankijkt, als ze in de dienst naar voren wordt geroepen en er gebeden wordt voor haar werk, als ze gezegend en ‘uitgezonden’ zou worden. 

Een andere suggestie die de auteurs in het interview doen, is een oproep aan voorgangers, om gemeenteleden eens te bezoeken in de werksituatie. Het mooiste zou zijn om iemand daadwerkelijk op de werkvloer te ontmoeten en daar oprechte interesse te tonen voor alle inspanningen die geleverd worden en obstakels die overwonnen moeten worden. Maar allerlei andere situaties zijn denkbaar. Verenig bijvoorbeeld de beroepsgroepen met elkaar en overdenk de laatste ontwikkelingen binnen de branche. Of visualiseer tijdens de dienst, hoe de gemeente zich door de weeks verspreidt over de stad, en zich op al die plekken in hun gewone werk inzet voor God. Neem hiervoor een grote kaart van de stad en laat ieder een vlaggetje plaatsen op de plek waar hij of zij werkt. Beelden zeggen soms zoveel meer dan woorden…

Waarschijnlijk was het de verwijzing naar de “frisse blik” in de titel van het interview dat mij ertoe heeft gebracht om het toch aan te klikken. En verfrissend was het inderdaad. Het interview heeft mij van het begin tot het einde geboeid. Het heeft me erop gewezen hoe de kerk zelf, onbewust, de kloof tussen werk en kerk in stand houdt. Voorgangers, liturgen, aanbiddingsleiders dragen de verantwoordelijkheid om steeds te onderzoeken welk beeld van God ze overbrengen op de gemeente. God is van alle tijden, God is overal, God laat zich niet beperken tot de zondagmorgen. Ook al wéét ik dat, het gebeurd maar zelden dat ik dat tijdens het werk ook zo ervaar. Maar Kaemingk en Wilson laten bovenal zien, dat er bruggen gebouwd kunnen worden. Er zijn vele wegen en allerlei mogelijkheden om door de liturgie verandering teweeg te brengen, zodat de gemeente steeds dichter naar God groeit, op zondag, maandag, dinsdag…  de hele week door.

Muziektip bij dit onderwerp:

“Your Labor is not in vain” en “We labor unto Your Glory” van het album “work songs” van The Porter’s gate

Volg dit interview via de website van het Calvin Institute of Christian Worship https://worship.calvin.edu/resources/resource-library/a-fresh-look-at-designing-worship-for-workers


Cory B. Wilson

 Matthew Kaemingk 

                          


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *