‘Zeg het met bloemen’

Predikant in Leidsche Rijn-Oost (Protestantse Kerk),  waar hij af en toe experimenteert met interactieve vormen in de eredienst. Promoveerde in 1996 aan de VU op de liturgiegeschiedenis van de Gereformeerde  Kerken in Nederland.

Klaas-Willem de Jong is predikant in Leidsche Rijn-Oost (Protestantse Kerk), waar hij af en toe experimenteert met interactieve vormen in de eredienst. Promoveerde in 1996 aan de VU op de liturgiegeschiedenis van de Gereformeerde
Kerken in Nederland.

Openingslezing van Klaas-Willem de Jong op het symposium 2013 van EredienstCreatief: “Over grenzen heen; Verbindend & Verhalend Vieren”. Bij deze lezing hoort een bijlage en een presentatie.  De tweets geven een indruk van de reactie van het publiek.

Ik was nog niet zo lang predikant, ongeveer 25 jaar geleden, in Friesland. Ik nam een vriend mee naar een buurgemeente, waar ik in de middagdienst voorging. Ik naar de consistorie, hij de kerk in. Hij schoof ergens een bank in en kwam naast een wat oudere vrouw te zitten. Hij werd op zich vriendelijk bejegend, maar de conversatie was kort. Bent u hier nieuw? ‘Dan moat jo in blomke krije’. Dat bloemetje was ongetwijfeld ook in deze gemeente ooit bedoeld als teken van een hartelijk welkom aan een nieuw gemeentelid. Het verwerd hier tot een plicht, omdat het nu eenmaal zo afgesproken was. De bedoeling van het bloemetje raakte uit zicht. Het gemeentelid wilde haar taak goed vervullen. Dat is positief. Het getuigt van betrokkenheid en toewijding. Toch schiet het welkomstbloemetje als het op deze manier gepresenteerd wordt, zijn doel voorbij. Het is een ding, een handeling op zich geworden. Dat het een functie had in de relatie tot iemand die pas verhuisd was en zich mogelijk nog vreemd voelde, was verdwenen.
Ik wil twee verschijnselen noemen in de liturgie, waarin we iets vergelijkbaars zien gebeuren. De eerste is de orde van dienst. Allerlei dingen moeten, omdat het nu eenmaal zo is afgesproken.

Dat geldt niet alleen klassieke elementen als kyrie, gloria, wetslezing, en dergelijke, maar ook kindermoment, uitleg van het liturgisch bloemstuk, toelichting op de collecte, inbreng van koor/cantorij, enzovoort. Het moet, omdat het anders sneu zou zijn voor de kinderen, voor de maakster van het bloemstuk, voor wie er verder maar op rekent. Het moet, omdat we het zo gewend zijn.

Tweet1

We vergeten dan waar het in de liturgie om te doen is: het gedenken van Gods bevrijdende daden, het in het heden met de bril Gods reddend handelen in het verleden kijken naar de toekomst. De vraag is volgens mij steeds: wat hebben we in het heden nodig om zo te (leren) kijken? Waarom zou er op een ‘groene’ zondag altijd sprake moeten zijn van Kyrie én Gloria? Kan het zinvol zijn het Kyrie op het Gloria te laten volgen?

 

->Opdracht
Bespreek twee-aan-twee: wat zit er achter de gebruikelijke volgorde van Kyrie en Gloria? Welk effect heeft deze volgorde? Welk effect zou het hebben als we de volgorde omdraaien? N.B. Vergelijkbare vragen kunnen gesteld worden bij het voorop laten gaan van de lezing van de wet, gevolgd door een verootmoediginggebed, en omgekeerd.

Tweet2

Een tweede verschijnsel in de liturgie waar de muzikale uiting zich vervreemdt van de oorsprong is de muziek. We hebben een verdeling gemaakt tussen seculiere en kerkelijke muziek. De kerkelijke muziek hebben we vervolgens weer in verschillende categorieën ingedeeld. De opvatting is dan dat de keuze van kerklied en kerkmuziek zich binnen bepaalde stijllijnen zou moeten bewegen. Of juist niet. Zo nu en dan ga ik voor in gemeentes waar men voorgangers de opdracht geeft om als het even mogelijk is uit maar liefst drie verschillende bundels te laten zingen. Omdat het moet. Omdat het nu eenmaal afgesproken is. Ook hier is de vraag: waar gaat het in de liturgie om? Ik zou zeggen: om het gedenken van Gods grote daden. De ene keer is een praiselied passend, een volgende keer een ingetogen, klassiek nummer. Het is ook heel goed mogelijk stijlen te mengen, zoals bij het zgn. Peruaans Gloria en Ps. 68: 7.

De vraag die nu snel rijst is deze: hoe moet het als je deze vaak onuitgesproken uitgangspunten over de inrichting van de kerkdienst verlaat? Het is niet moeilijk om een angstaanjagend beeld te schetsen, hoe het dan binnen de kortste keren uit de hand kan lopen. Een dienst zonder kop of staart, met een en al impulsen, rommelig, onbestemd, zonder richting. De muziek is op z’n beste goed bedoeld amateurisme, maar komt niet tot zijn recht. Sferen en stijlen wisselen elkaar af zonder dat duidelijk is waarom of waartoe. Zo nu en dan zijn er klungelige onderbrekingen, omdat de gang van zaken tevoren niet goed is doorgesproken, het ontbreekt aan een krachtige regie. Dat is dus allemaal niét de bedoeling.
Orde is nodig. Het hoeft alleen niet de of een klassieke orde te zijn. Het gaat om een verhaal, in feite altijd weer Gods verhaal, dat gedenkend verteld wordt en daarmee ons verhaal wordt. Een prachtig voorbeeld daarvan is het Pascha dat Jezus viert op de avond voor Zijn lijden en dood. Hij geeft een nieuwe duiding aan het oude ritueel van de ongezuurde broden. Hij betrekt het op Zichzelf, op Gods bevrijdend handelen dat in Zijn lijden en dood gestalte krijgt. Bevrijdend toen, eens, in Egypte, met het visioen van het beloofde land, wordt bevrijdend nu, in Jeruzalem, en opent de weg naar het (eeuwig) leven. Het voordeel om de orde te laten bepalen door het verhaal is dat het anders dan bij de klassieke liturgische orden om een inhoudelijk criterium gaat dat de loop der dingen bepaalt. Dat gebeurt tot op zekere hoogte overigens ook in de klassieke oecumenische orde.

Tweet3

In Advent en Veertigdagentijd vervalt het Gloria: de inhoud van inkeer en bezinning matigt de toon en maant tot terughoudendheid in de jubel. Ik besef ook dat het nadelen heeft om een zekere vaste volgorde los te laten en het te vertellen verhaal alles te laten bepalen. Mensen hebben behoefte aan een zekere rituele gang, vaste elementen en momenten waarmee en waarop ze kunnen rekenen. Ik merk bij mezelf dat het me irriteert, als de gebruikelijke volgorde op de radio bij ‘Met het oog op morgen’ vanwege een belangrijke sportwedstrijd op z’n kop wordt gezet. Tegelijk is het wel goed te beseffen dat de zondagse kerkdienst ook zonder vaste orde tal van vaste elementen kent: een bepaalde tijd, een bepaalde plaats, een bepaalde gemeenschap, met vaste elementen als het lezen uit de Bijbel, het zingen van een aantal liederen, het gezamenlijk gebed, enzovoort. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen, wat wel en wat niet goed mogelijk is.
Wat bedoelen we met het verhalend ofwel narratief karakter van de liturgie? Ik geef vier keer een ‘niet’, waarbij de vierde keer strikt genomen geen reactie op de vraag is. A) Niet om het Bijbelse verhaal zonder meer opnieuw te vertellen. In een bundel over narratief preken van een jaar of vijftien geleden, constateerde een van de auteurs heel eerlijk dat de gemeente niet echt op verhalende preken zat te wachten. Ik dacht daarbij: niet iedereen heet Nico ter Linden. Mensen hebben heel snel iets: dat weet ik wel. Het vergt veel vertelkunst om ze op een andere manier naar het aloude verhaal te laten luisteren zodat een nieuw licht valt op hun leven. B) Niet als metafoor – zoals in een recensie van Verbindend vieren werd gesuggereerd. Het is niet voldoend om te zeggen dat liturgie is áls een goed verhaal. Het gaat om meer. C) Niet alles in een dienst hoeft in zichzelf verhalend te zijn. Het geheel draagt een verhalend karakter. Een betogende, uitleggende preek kan prima onderdeel zijn van het verhalende geheel. D) Om misverstanden te voorkomen: een narratieve benadering van de liturgie heeft niet de bedoeling om de kerkdienst leuk of aantrekkelijk te maken als een doel in zichzelf.
Wat het dan wel is? Als ik stel dat de liturgie een narratief karakter heeft, dan gaat het mij om de methode, om een ordeningsprincipe, waarmee een dienst voorbereid en geconstrueerd (maar ook omgekeerd geanalyseerd en geëvalueerd) kan worden. In deze bijlage staat een groot aantal elementen. Dat kan overweldigen. Moeten we daar allemaal rekening mee houden? Ja en nee. Ja in de zin dat al die elementen (en nog veel meer) een rol spelen, of we dat nu aardig vinden of niet. Nee in de zin dat we in de praktijk maar op een beperkt aantal actief kunnen letten. Wie probeert een viering verhalend op te zetten, zal vaak intuïtief werken.
Ik heb als voorbeeld van een lezing Hebreeën 11 genomen. De eerste drie verzen zijn filosofisch-betogend van karakter. Het vervolg is verhalend, het heeft veel weg van een narratieve preek. Het plot zou omschreven kunnen worden als: geloof is de sleutel om het leven van Abraham te verstaan, wat er ook gebeurt, hoe onwaarschijnlijk de belofte ook is die hij heeft gekregen, hij geloofde, hij ging, al heeft hij het aardse doel niet echt bereikt. In het derde deel is dat alles nog een graadje sterker: mensen zijn op de proef gesteld, ze overwonnen, en ook al leken ze soms verliezers, in en door het geloof overwonnen ze, gezien vanuit het doel dat verder ligt dan onze waarneming. Wat opvalt is dat zowel het tweede als het derde deel is opgebouwd uit allemaal kleine verhaaltjes. Dat geldt verschillende episodes uit het leven van Abraham, maar ook het verhaal van Abraham naast dat van Gideon, Barak, Simson, Jefta, enzovoort.
Elke kerkdienst zit vol met narratieve elementen, kleine verhaaltjes. Het gebouw heeft zijn eigen geschiedenis en verhaal; de gemeenschap die er samen komt; het kunstwerk dat voorin is opgehangen; maar ook de stoelen, de gordijnen, en al die andere elementen, ze zijn gemaakt, gekozen voor deze ruimte, enzovoort. Alles doet mee! We zijn ons daar lang niet altijd van bewust. Soms ook wel, het ene halen we naar voren en accentueren we, het andere blijft op de achtergrond.

 

->Opdracht
Kijk zelf eens rond in deze ruimte. Welke narratieve elementen zijn hier aanwezig? Welke spelen (mogelijk) een rol in die vieringen die hier gehouden worden?

We kijken vanuit de lezing uit Hebreeën 11 globaal naar de elementen die in de bijlage op een rijtje staan. Het eerste van de vertelling, het verhaal als zodanig, is de structuur. De auteur van de Hebreeënbrief besteed in zijn heilshistorisch overzicht relatief veel aandacht aan Abraham. Dat is een keuze. Hij vertraagt als het ware. Ongeveer 25% van de ruimte is voor Abraham, terwijl de hoofdstukken over hem nog niet 1% van het hele Oude Testament uitmaken. Maar dat is niet het enige. De schrijver selecteert in de verhalen over Abraham, hij geeft aan het leven van deze mens een heel bepaalde kleur. We horen vrijwel niets over de twijfel en het ongeloof van Abraham (dus ook niet over Hagar en Ismaël). Hij zegt niets over de lachende Sara. Had hij andere keuzes gemaakt, het zou een heel ander verhaal geworden zijn. Hij wil vertellen (plot!): geloven biedt een mens kracht, door voorbij te kijken aan het aardse, naar het hemelse, kijk maar naar Abraham. Wij worden als het ware meegenomen in een nieuwe wereld. Wij zijn geen Abraham, wij leven in een andere tijd, in heel andere omstandigheden, maar toch … . Het verhaal kent overigens ook elementen van vervreemding, die ons mogelijk belemmeren ons te laten meenemen: de stem van God (die wij zo zelden of nooit horen), het onvoorwaardelijke op weg gaan (wat wij niet gauw zo zullen doen), de bereidheid om de eniggeboren zoon te offeren (wat ver van onze beleving af staat) … . Tegelijk dagen deze elementen van vervreemding ons ook uit … . Zouden wij zoals Abraham durven geloven in de goede afloop?
Net als de schrijver van de Hebreeënbrief met behulp van het oudtestamentische materiaal schreef om zijn lezers iets duidelijk te maken, kunnen wij als we Gods bevrijdende daden vieren ook met behulp van Hebreeën 11 iets duidelijk (of beter misschien: zichtbaar) maken. We kunnen aan het begin van de dienst onszelf de vraag stellen: waar ligt onze (geloofs)bron en die vraag uitspinnen over het geheel van de dienst. Maar dat is misschien ook wel wat obligaat. Niet echt spannend. Vanuit de waarneming dat Hebreeën 11 duidelijk selecteert uit het leven van Abraham kunnen we ook twee andere kanten verkennen. A) Op welke momenten geeft het geloof kracht, zoals het dat ook Abraham gegeven heeft? B) Maar ook bijna het tegengesteld: hoe komt het dat we het gevoel hebben dat het geloof ons vaak tussen de handen doorglipt?

Tweet4Ik wil nu nog eens benadrukken dat het zaak is in een dienst zo weinig mogelijk uit te leggen. Zet de gang van de dienst op papier. Zorg dat het een logisch op het ander volgt. Laat zaken als een bloemstuk zoveel mogelijk voor zich ‘spreken’. Natuurlijk is het mogelijk er in de dienst apart aandacht aan te besteden, maar ga de kerkgangers dan niet vertellen wat ze ervan moeten vinden.

Tweet5Tweet6
Ik neem de volgende hoofdelementen uit de bijlage tezamen: perspectief, rolverdeling, toon. Op zich gaat het niet om opzienbarende zaken. Een predikant houdt als het goed is, in zijn preek rekening met het perspectief van het publiek dat hij voor zich heeft, bijvoorbeeld in de keuze van zijn voorbeelden. Jongeren staan heel anders in het leven dan ouderen. Dat kleurt de preek. Het onderzoek naar de Mentality-milieus dat voor de PKN is gedaan, maakt dat ook duidelijk. We vieren vanuit het perspectief van de zgn. traditionele burgers en de post-materialisten. De moderne burger leeft als het ware in een heel andere wereld, heeft heel andere verlangens, vindt heel andere dingen belangrijk. Mensen vormen zich vanuit die heel verschillende invalshoeken een bepaald beeld, als dat van Abraham. De vader van een gezin … . Degene die alles achter zich laat, het avontuur zoekt … De oude man die weinig perspectief meer heeft, behalve langzame achteruitgang en aftakeling … .

Tweet7

Tweet8

->Opdracht
Kijk eens naar verschillende mentality-milieus en probeer te formuleren welk beeld men zich vanuit elk van die milieus van Abraham zou vormen? Welke aspecten uit Abrahams leven zijn belangrijk? Welke vallen zo goed als weg?

Naast het perspectief is er de rolverdeling, bijvoorbeeld tussen God en mens (welke plaats geeft God aan de mens), en mens en God (welke plaats geeft de mens aan God). Hebreeën 11 lijkt de mens uit te dagen (lijkt Gód de mens uit te dagen) reikhalzend uit te kijken naar het hemels vaderland. Dat zal bij menigeen op weerstand stuiten. Hoe geef je dat vorm? Het kan in een preek onder woorden worden gebracht. Maar het is ook mogelijk de gemeente er direct, interactief op te laten reageren. Of iemand kan in de huid van Abraham kruipen en een deel van Abrahams geschiedenis opnieuw vertellen vanuit het perspectief dat het allemaal zo makkelijk nog niet was (NB: Genesis geeft daar alle aanleiding toe, zoals hiervoor ook al vastgesteld: Genesis en Hebreeën kunnen zo met elkaar worden geconfronteerd).
De derde van het drietal is de toon. Dat heeft letterlijk alles te maken met de keuze van muziek en liederen, en de uitvoering ervan. Maar ook allerlei andere sfeerelementen spelen een rol. Zit iedereen passief, onderuitgezakt, afwachtend? Of komt de gemeente juist in beweging, letterlijk en figuurlijk? Is het ‘opwekkend’?
Tot slot gaat het in de bijlage om de twee elementen die van belang zijn voor het vertellen als zodanig. Dat is allereerst de positionering in relaties: wat wil ik in deze dienst in de relatie met anderen (en God) bereiken? Ik kan me voorstellen dat het vanuit Hebreeën 11 vooral gaat om de verhouding tussen de mens en God. Het kan gaan om het in stand houden van die relatie. Maar het doel kan ook zijn het veranderen van die relatie, meer op God willen vertrouwen. In de tweede plaats is bij het vertellen het publiek van belang. De hoorder bepaalt mede de wijze waarop het verhaal verteld wordt (zie ook hierboven, bij de Mentality-milieus). Een MBO-er benader je op een andere manier dan een WO-er.

 

->Opdracht
Gelet op het ‘perspectief’ van de vertelling en het ‘publiek’ van het vertellen: in hoeverre is missionaire liturgie mogelijk?

Tot slot. De tijd van het verplichte bloemetje voor nieuwingekomenen is voorbij. Dat geldt mijns inziens ook voor de liturgie. De vraag is: wat hebben we nodig om gedenkend Gods grote daden te vertellen, wat hebben we nodig om met het Woord van God mensen in het heden met Gods ogen naar de toekomst te laten kijken? Mijn conclusie is dat we in de liturgie veel, zo niet vrijwel alles uit de kast mogen trekken, als dat gebeurt en het christelijk getuigenis tot zijn recht komt.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *