Hoe zet ik een muziekteam op?

Door Marc Volgers

Inleiding

Hoe zet je in een kerk een muziekteam op? Dat leek een prima uitgangspunt voor een artikel wat ik wel kon schrijven, bedachten we in een overleg van het bestuur van Eredienst Creatief een aantal maanden geleden. Ik heb ruim tien jaar leiding gegeven aan de muziekteams in mijn eigen gemeente en heb een aantal keer over aanverwante zaken geschreven op mijn eigen blog. Gek genoeg heb ik toch wat geworsteld met het schrijven van dit stuk. Ik had allerlei losse gedeeltes geschreven, maar bleef worstelen met vooral het begin. Na wat zelfreflectie – inmiddels schrijf ik dit vanaf mijn vakantieadres aan de Belgische kust – denk ik dat het hierdoor komt: ik ben zelf nooit vanaf nul begonnen in mijn gemeente. Best een interessante parallel. Dus begin ik nu maar eerst met die confessie.

Nu ligt het stuk er dan toch. Ik vertel eerst kort iets over mijn eigen ervaringen. Die beschrijf ik zoals ze zijn geweest in mijn beleving zonder er direct een toepassing uit te halen om het verhaal niet te hoeven onderbreken. Mocht je al lezende denken: “en waarom is dit relevant”, geduld, het komt later. Vervolgens haal ik hier een aantal lessen uit en werk ik toe naar een aantal praktische aanbevelingen.

Mijn eigen ervaringen

Mijn eigen band

Ik vind het wel aardig om te beginnen met mijn eerste ervaringen met het opzetten van een band, ook al was dat geen muziekteam zoals in de kerk. Ik begon als zestienjarige op mijn slaapkamer met gitaarspelen met als doel nummers schrijven, opnemen en live uitvoeren.

Mijn eerste “bandlid” was Dr. Rhythm, een drumcomputer die jarenlang uitstekend zijn werk heeft gedaan. Via een bijbaantje als vakkenvuller raakte ik bevriend met een goede gitarist, waarvan de zus bas speelde, en zo ontstond de eerste formatie. Zonder echte drummer waren we niet compleet (een metalband bestaat doorgaans uit 2 gitaristen, bas, drum en zang), die vonden we via de school van de gitarist en zijn zus. In de loop der jaren ondergingen we nog wat wisselingen op bas en zang waarmee we een aantal demo’s in een studio hebben opgenomen en in de regio Eindhoven hebben opgetreden. We oefenden wekelijks en kenden ons repertoire uit ons hoofd (voornamelijk nummers die ik zelf schreef, maar ook enkele covers). Toen ik tot geloof kwam stopte ik met de band en zijn ze zonder mij verder gegaan.

Coördinator

Door een aantal verhuizingen heb ik in verschillende evangelische kerken meegespeeld in muziekgroepen van een kleine setting voor kinderdiensten tot een volledige band voor jeugddiensten en reguliere diensten. In mijn gemeente kwam een vacature vrij voor “coördinator podiumbedieningen”, zoals dat genoemd werd. Ik was klaar met mijn deeltijdopleiding theologie waar ik nog geen echt doel voor het gevonden (ik ben altijd blijven werken als programmeur in de IT) en deze functie leek me geschikt om zowel mijn liefde voor muziek als theologie te kunnen combineren. Hier kon ik immers ook nadenken over een visie op muziek. Zo begon in 201 als coördinator.

Vaste teams

Er stond elke zondag een team ingeroosterd, maar er waren geen vaste teams. Ik speelde als gitarist steeds met verschillende muzikanten, terwijl er toch genoeg muzikanten waren om vaste teams samen te stellen. We speelden ongeveer elke drie weken, dus wilde ik toe naar drie teams. Toen ik dat plan besprak tijdens de eerste vergadering kreeg ik veel weerstand. Wat bleek? In het verleden waren er twee teams een “goed” team en een “middelmatig” team, en blijkbaar was daar gedoe. Na wat doorvragen bleek dat het probleem met name bij de zangers speelde, dus stelde ik voor om wel te werken met een vast team muzikanten. Bij de evaluatie zouden we kijken of de zangers ook in een vast team ingeroosterd konden worden. Na een jaar bleek dat de zangers zagen dat het goed werkte en wilden ze ook in een vast team worden ingeroosterd.

Vanaf dat moment hebben we zoveel mogelijk met vaste teams gewerkt. Dat was niet altijd mogelijk door onderbezetting, maar in grote lijnen kregen we het wel voor elkaar. Wat mij enorm hielp was dat ik jarenlang iemand had die de roosters maakte. Een paar keer per jaar overlegden we over de teamsamenstelling waarmee zij het rooster kon uitwerken. Ook hielp ze met de “werving en selectie”. In mijn tien jaar als coördinator heb ik de nodige mensen zien komen en gaan, het bleef dus belangrijk om ook nieuwe mensen aan te trekken. Voor muzikanten en zang ging dat makkelijker, met name aan zangeressen is zelden een gebrek geweest. Het grootste probleem was de techniek (geluidstechniek en beamer). Ondanks oproepen in de dienst of het weekblaadje en mensen persoonlijk benaderen bleef dat regelmatig een uitdaging.

Kwaliteit

Als coördinator had ik een duidelijk visie voor ogen, waarbij het kernwoord kwaliteit was. Ik wilde zowel technische kwaliteit als inhoudelijke kwaliteit. Met technische kwaliteit bedoel ik niet dat je werkt met muzikanten op conservatorium niveau, maar dat iedereen binnen haar of zijn kunnen het beste uit het instrument haalt. De meeste muzikanten in de kerk zijn amateurs die het naast een baan, gezin etc. doen. Ik verwachtte dus wel dat mensen voorbereid op de oefenavond kwamen, en daarbij actief meededen en zodoende voldoende voorbereid waren voor de dienst op zondagochtend. Maar ik verwachtte geen perfecte optredens, het doel is immers de gemeente zo goed mogelijk begeleiden bij de zang. Daarmee ligt de lat niet onrealistisch hoog, maar neem je ook geen genoegen met vals zingen of uit de maat spelen.

De inhoudelijke kwaliteit was een ander aspect. Ik vind dat je als gemeente niet kunt zonder enige visie op de muziek die gezongen wordt. Ik durf de stelling aan dat er vaak meer van de liederen dan de preek blijft hangen (zeker als er naar goed evangelisch gebruik veel herhalingen voorkomen). In mijn gemeente is de bundel van Opwekking officieus de standaardbundel. Mijn visie was om daar meer verbreding in te krijgen. Dat schuurde wel, want sommigen begrepen niet waarom ik vond dat we ook bijv. Psalmen zouden moeten zingen. Opwekking is toch voldoende en daar worden toch ook Psalmen geciteerd? Hoewel dat niet uitgewerkt is zoals ik had gewild – dergelijke veranderingen hebben veel tijd, geduld en eensgezindheid nodig – zijn er wel zaadjes gepland die ik soms zie doorwerken.

Welke lessen haal ik hier uit?

Kartrekker

Je hebt iemand nodig die het voortouw neemt, dat kan trouwens ook een team van mensen zijn. Die rol had ik bij mijn band, en ook toen ik het stokje overnam van de vorige coördinator. Dit hoeft niet persé een muzikant te zijn, maar ik denk dat enige affiniteit met muziek wel belangrijk is.

Visie

Zowel in mijn band die ik mijn tienerjaren begon, als in mijn rol als coördinator had ik een duidelijke visie voor ogen. Bij mijn band was dat het schrijven van nummers, die opnemen en live uitvoeren, als coördinator was dat meer doordacht een visie op technische en inhoudelijke kwaliteit. Wat ik hier vooral uit haal is dat mijn visie een sterke drijfveer was en dit ook hielp anderen mee te nemen. Let wel dat dit ook kan schuren, wat in mijn geval ook was met mijn visie op inhoudelijke kwaliteit.

Werving en selectie

Met werving bedoel ik het ‘vinden van de juiste mensen voor een taak’. Vaak gaat dit via-via, dat was al zo bij mijn band, maar zo ging het ook in de kerk. Als ik nieuwe leden of bezoekers sprak, liet ik ergens in het gesprek wel vallen dat ik coördinator was. En als iemand aangaf een instrument te bespelen of affiniteit met techniek te hebben probeerde ik daar gevolg aan te geven. Maar werving was niet mijn sterke kant en koste me meer energie dan het opleverde. Ik was dan ook erg blij dat ik jarenlang kon leunen op iemand die me daarbij steunde. De laatste jaren had ik dat niet en dat heeft me toch ook een beetje leeggezogen.

Werving is overigens het begin, je wil ook weten of iemand geschikt is. Via een auditie en een gesprek deed ik dat. Sommige mensen vinden de term auditie eng, ik probeerde het dan maar wat te relativeren met “het is geen X Factor waarbij je een rood kruis krijgt”. Ik heb overigens zelf de lat nooit heel hoog gelegd. Er moet minstens enige potentie zijn en de wil om te groeien. Ik liet in de regel mensen ook nooit meteen meespelen in de dienst. Oefen eerst eens een keer of drie mee, waarbij je ook een coach toegewezen kreeg.

Band samenstellen

Ik ben een groot voorstander van vaste teams voor een langere periode, bijvoorbeeld een jaar. Muzikanten kunnen dan goed op elkaar “ingespeeld” raken, zoals we dat noemen. Met mijn band oefende ik wekelijks. In de kerk hadden we meestal drie vaste teams, en oefende je dus elke drie weken. We hadden een soort van “bare minimum” voor een team: piano, (akoestische) gitaar en twee zangers, maar meestal bestanden de teams ook uit drums en bas en soms ook een extra toetsenist of elektrische gitarist.

Repeteren

Een nadeel is dat het aanbod aan liederen dermate groot is, en je de meeste liederen maar een paar keer per jaar speelt, dat het veel lastiger is om nummers écht goed in te studeren. Daar moest ik wel aan wennen. Met mijn eigen band konden we vrij gedetailleerd nummers instuderen. Ik schreef alle nummers en schreef de partijen uit voor gitaar en nam demo’s op voor de andere muzikanten en was daarin ook vrij sturend. Die precisie paste ook wel bij de muziekstijl. In de kerk is het toch vooral van bladmuziek spelen, zorgen dat je de intro’s goed afstemt, de structuur goed hebt en zorgt dat je nog wat aandacht schenkt aan dynamiek en afstemming tussen instrumenten. Helemaal mooi is het als je ook nog meerstemmige zangpartijen kunt instuderen.

Waar te beginnen?

Vanuit mijn eigen verhaal en de belangrijkste lessen die ik daaruit heb getrokken denk ik dat het volgende lijstje je op weg kan helpen.

  1. Er moet een kartrekker zijn, een persoon of een team van mensen. Ik ben van mening dat welke onderneming dan ook staat of valt bij een of meer mensen die het voortouw nemen.
  2. Werk een visie uit. Als is het maar op de achterkant van een bierviltje, het is belangrijk om na te denken over het hoe, wat en waarom. Je kunt hierbij ook hulp inschakelen van anderen. Ken je coördinatoren uit anderen gemeenten? Vraag of je hun visie mag inzien.
  3. Beginnen met het zoeken naar mensen. Als het niet je sterkste kant is (zoals in mijn geval), kijk of je iemand kunt vinden die je hierbij kan helpen. In sommige gemeenten wordt ook bijgehouden welke gaven en talenten mensen hebben, daar kun je uiteraard goed gebruik van maken. Vergeet niet dat je in de regel ook technici nodig hebt voor het geluid en soms ook beeld (beamer).
  4. Selecteer de juiste mensen. Als je mensen gevonden hebt, zorg dat je weet wat voor vlees je in de kuip hebt. Bepaal hoe hoog je de lat legt.
  5. Stel teams samen. Afhankelijk van de muziekstijl is in veel gevallen een minimale bezetting piano, akoestische gitaar en twee zangers. Is de muziekstijl meer richting pop/rock (zoals veel hedendaagse aanbiddingsmuziek), dan zijn drums, bas en elektrische gitaar onontbeerlijk. In andere settings kun je dan weer denken aan solo instrumenten als viool of dwarsfluit.

Maak duidelijke afspraken. De muzikanten zijn weliswaar vrijwilliger, maar het is niet vrijblijvend. Spreek af hoe laat je oefent, wanneer muziek wordt aangeleverd etc. etc. Hoewel ik de afspraken belangrijk vond, ging ik er niet rigide mee om. Het is ook belangrijk dat mensen plezier hebben in hun taak.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *